Onze
moraal en de evolutietheorie

Je
hoort wel eens dat onze tegenwoordige moraal of anders gezegd onze
normen en waarden een hellend vlak zouden zijn. Is dat zo ? Hoe zit
dat eigenlijk ?

We
weten allemaal wat evolutie betekent, het woord geeft aan dat er een
geleidelijke verandering plaats vindt. Het is maar van welk
perspectief je het bekijkt maar die verandering kun je positief of
negatief zien. Bij het woord evolutie gaan we er gemakshalve van uit
dat dit een opwaartse spiraal is, maar het kan net zo goed een
neerwaartse spiraal zijn als een soort uitsterft, maar een ander
soort overleeft, dat is evolutie. Om te zien hoe dat met onze
menselijke moraal is, moet je eerst kijken wat hiermee bedoeld wordt
en wat de oorsprong van moraal is. Dr. Bas Haring schreef in zijn
boekje “Kaas & de evolutietheorie” dat de oorsprong van
moraal een egocentrische is. In de dierenwereld zien we dat bv.
leeuwen samenwerken omdat elk individu dan het meeste vlees kan
verwachten. Samenwerken of afspraken maken is de oorsprong van moraal
en dat is altijd om er zo goed mogelijk uit te komen. Stelen vinden
we al slecht sinds mensenheugenis, maar je kunt je voorstellen dat er
ooit mensen of prehistorische voorlopers van de mens zijn geweest
die, datgene wat je soms ook in de dierenwereld ziet, elkaars buit
afpakten. Men stal van elkaar als de raven en van onze huidige ‘niet
stelen’ moraal was nog geen sprake. Dat stelen van elkaar was niet zo
handig, want het kostte enorm veel tijd en energie om je buit te
verdedigen tegen al die collega dieven. Ooit zal er ergens in een
stam iemand geweest zijn die heeft afgesproken niet meer van elkaar
te stelen, dit idee werd opgepikt en er bleek meer tijd te zijn voor
leuke of noodzakelijke dingen zoals jagen of vissen zonder in je hol
te moeten blijven om je spullen te verdedigen, de stam kreeg meer
voorspoed dan andere stammen. Met de evolutietheorie in ons
achterhoofd weten we al wat er ging gebeuren de stam met de afspraak
deed het beter dan de andere stammen en werd machtiger andere stammen
werden overwonnen door een niet stelende stam of ze namen hun
voorbeeld over. Zo werd geleidelijk aan het idee van stelen is slecht
in de hele wereld overgenomen en werd de moraal geboren. De evolutie
van moraal gaat veel sneller dan de evolutie van planten en dieren,
dat komt omdat voor moraal geen genen nodig zijn maar communicatie,
aldus Haring in zijn boekje. De moraal veranderd ook voortdurend een
beetje. Vergeleken met 100 jaar geleden is onze moraal al sterk
veranderd. Het verhaaltje van de niet stelende stam geeft aan hoe
normen en waarden door een evolutieproces kunnen ontstaan. Goed en
kwaad zijn niet duizenden jaren geleden voor eens en altijd
vastgelegd. Goed en kwaad hebben een duizenden jaren durende ervaring
in zich van alles wat wel en niet werkt. Een moraal die niet werkt
dus meer nadelen dan voordelen heeft zal verdwijnen. Je zou dus
kunnen zeggen dat de moraal, de normen en waarden, zich net zo
gedragen als wat in het allereerste begin van de evolutie in de genen
is vastgelegd en tot nu toe als enige nog steeds werkt, nl.
overlevingsdrang. Binnen een maatschappij zoals we die nu kennen
overleef je het best als je meedoet met haar moraal, maar ook deze is
telkens aan verandering onderhevig. In het verleden is de moraal door
mensen opgeschreven zoals die in hun tijd was en werd verkondigd als
zijnde de “wetten” van een godheid. Die wetten verkondigden ook
een straf als je je er niet aan hield. Ondanks die angst voor
straffen hebben alleen die normen en waarden overleefd die werkten,
de rest is inmiddels verdwenen. Deze voortdurende verandering zal
blijven doorgaan en die normen en waarden die echt werken zullen
blijven. Je kan het de survival of the fittest noemen voor de
menselijke moraal. Met andere woorden, het zou best kunnen dat mensen
die onze normen en waarden een hellend vlak noemen misschien gelijk
krijgen, als dit zo is zullen ze ook weer verdwijnen.

A.L.
Duscees