De
epidemische ziekte van het management

In
een interview van een paar jaar geleden, met prof. dr. Bob Smalhout
naar aanleiding van zijn duizendste column in de Telegraaf, kwam weer
eens duidelijk naar voren hoe erg hij tegen de management cultuur is.

In
mijn column van 1 mei j.l. besteedde ik hier al aandacht aan. Toch
wil ik, nu er weer sprake is van een grote onderneming die failliet
is, ‘Imtech’, zijn mening en voor een groot deel ook de mijne nog
eens onder de aandacht brengen. Vroeger had nog nooit iemand van een
manager gehoord. Dat waren mensen die in grote autofabrieken of
staalbedrijven werkten; ze leidden de procesgang. Maar in andere
bedrijven hadden we de directeur, chef, of voorman, allemaal mensen
die dit geworden waren door hun vakkennis, welke voor zo’n bedrijf
nodig was. Geleidelijk aan is het management bij alle bedrijven
binnengeslopen. Binnen bv. de medische of verpleegkundige zorg is het
management soms duurder dan de zorg zelf. Managers hebben de neiging
alles te protocolleren. In sommige bedrijven heeft het management
zich ontwikkeld tot een allesoverheersende vorm van terreur. Ze zien
geen mensen maar functieplaatsen of zogeheten fte’s. Ze regelen
werkvoorschriften zonder er zelf ooit (mee) gewerkt te hebben, maar
hebben er wel alles over te vertellen. Ze zien alleen cijfertjes op
hun digitale schermpjes. Bovendien hebben ze de onuitstaanbare drang
zich te vermenigvuldigen als konijnen. Om hun regeltjes goed uit te
voeren is er weer een andere manager nodig, het verhoogt de kosten
van elk bedrijf aanzienlijk, demotiveert de werknemers en leidt tot
ongezonde organisaties, zoals de bij het management zo populaire
schaalvergrotingen. Er is vooralsnog geen medicijn tegen deze
epidemische ziekte gevonden, het is een proces dat zichzelf in gang
houdt. Het begint altijd met reorganisatie en uiteindelijk leidden al
deze reorganisaties tot schaalvergroting. Uiteindelijk leidt
schaalvergroting tot het absolute ideaal van elke manager: de fusie.
En dan zijn er weer meer managers nodig die alles tot eén geheel
moeten samensmelten. De mensen die het eigenlijke werk moeten doen
(door het management altijd de ‘werkvloer’ genoemd) krijgen steeds
minder plezier in hun werk, met alle gevolgen vandien. Ze leren dit
alles op Nijenrode of bij de zgn. dure management cursussen waarvoor
ze zelf zorgen dat ze daar naar toe kunnen.

De
allerlaatste vraag in het interview met prof. Smalhout was: hoe lang
komt u hier nog tegen in het geweer ? Zijn antwoord: “Tot de
allerlaatste manager verdwenen is.” Ik hoop dat het hem lukt.

A.L.
Duscees