Ouderen
en hun hedendaagse onderwaardering

Al
sinds mensenheugenis worden ouderen in bijna alle culturen met
respect behandeld. Behalve voor zover ik weet bij een primitieve
Eskimo stam waar hoogbejaarden op een ijsschots worden gezet, waar ze
van honger en bevriezing omkomen, ze worden nooit meer teruggevonden.
Voor de meeste culturen echter geldt dat de bejaarde gerespecteerd
wordt voor het aandeel wat ze hebben geleverd aan hun gemeenschap
waar ze deel van uitmaakten. Ze hebben bijgedragen aan de economie,
jongeren grootgebracht, soms ook voor hun gemeenschap gevochten,
daarnaast zijn het dragers van de historie van hun volk, waarbij in
vroeger tijden eeuwenoude geschiedenis verhalenderwijs werd
doorgegeven. Ze staan in hoog aanzien en geven adviezen aan de
jongere generaties. Ooit was dit bij ons ook zo, historisch besef,
kennis der geschiedenis werd heel belangrijk gevonden om daar lessen
voor de toekomst uit te trekken. In het hier en nu is geschiedenis
een verwaarloosd vak geworden op onze scholen, wat vroeger gebeurd
is, is niet belangrijk meer, de toekomst is veel belangrijker.

Toch
is voor vele actuele problemen in het verleden reeds de basis gelegd,
met andere woorden wie iets zinvols over de toekomst wil zeggen, moet
het verleden goed kennen. Zeker een regering hoort dit te weten. Ons
democratisch systeem berust op verkiezingen, alleen aantallen tellen
en meestal niet de opleiding of de kennis van zaken. Daarom zijn er
ook bewindslieden die geen enkel benul hebben van de maatschappelijke
activiteiten waar ze de supervisor van zijn geworden. Daarvan zijn
voorbeelden zat te noemen, maar ik wil me beperken tot de oudere
generatie. In de achterliggende jaren kwam ons land veel geld tekort
en dus heeft de overheid besloten dat o.a. maar weg te halen bij de
ouderen, waarvan velen hard hebben meegewerkt om ons land na de
Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen tot een land waar het goed was
voor iedereen en men zich veilig voelde.

Als
bittere beloning wordt door allerlei maatregelen hun soms karige
beloning ook nog eens uitgeknepen alvorens ze hun laatste adem
uitblazen. Daar hebben ze een mooi nieuw woord voor bedacht, de
‘participatiemaatschappij’. Dat wil zeggen dat we allemaal voor
elkaar moeten zorgen, het klinkt idealistisch en ethisch, maar de
realiteit is dat mensen uit verzorgingstehuizen worden gehaald,
waarna ze maar weer voor zichzelf moeten gaan zorgen. Ook gaan ze
meer betalen, financiƫle kortingen vervallen en de zorgpremies met
eigen risico gaan omhoog. Er wordt verwacht dat ouderen actief worden
in het opbouwen van zgn. ‘netwerken’. Gemeenten moeten nu ouderen aan
speciale ontmoetingsruimten helpen om zo’n sociaal netwerk te kunnen
te kunnen opbouwen. Het is een staaltje van asociaal elitair denken.

Het
enige netwerk wat de doorsnee oudere heeft is een kleine groep
lotgenoten. Ouderen kunnen niet aan dit lot ontkomen omdat de
overheid ervoor heeft gezorgd dat ze nergens meer kunnen werken, ook
als hun geestelijke en lichamelijke conditie dat nog zou toelaten, of
ze worden belastingtechnisch zo gepakt dat het niet loont om iets te
gaan doen, dit alles om te zorgen dat velen vrijwillig zich gaan
inzetten om die andere oudere te begeleiden of verzorgen. Het
merendeel van de vrijwilligers is 65 plusser. Dit spaart de overheid
weer veel geld uit zodat ze dit kunnen besteden aan de stokpaardjes
van de politieke leiders of waarmee ze hun blazoen kunnen oppoetsen
bij andere, buitenlandse regeringsleiders. Wijsheid en ervaringen uit
het verleden van ouderen wordt afgedaan als ouderwets en niet meer
van deze tijd, terwijl juist die kennis en ervaring een heleboel
hedendaagse problemen zou kunnen oplossen.

A.L.
Duscees