Wie
zijn wij ?

Onlangs
werd op de radio aan een beller de vraag gesteld: “wie bent u ?”
Natuurlijk met de bedoeling de naam en eventueel het beroep en de
hobby’s van deze man te weten, teneinde een niet zichtbaar beeld van
die man te vormen. Voor mezelf wilde ik veel verder gaan, ik vroeg me
af wat ik zou zeggen als aan mij gevraagd werd hoe zit je precies in
elkaar, hoe is je karakter, ik bedoel dan het wezen van mezelf. We
zijn mens met onze menselijke genen maar nog veel meer, we zijn ook
het product van onze opvoeding of anders gezegd inprenting. Wat
betekent die inprenting? Als we in de dierenwereld kijken zien we dat
de inprentingsperiode bestaat uit het imiteren van het voorbeeld van
de ouders, bij lagere diersoorten welke onmiddellijk zelfstandig
moeten zijn na de geboorte, is dit in de genen vastgelegd die kennen
dan ook slechts het overlevingsmechanisme. Bij hogere diersoorten
echter speelt het voorbeeld van de ouders wel een rol. Ik zag laatst
op facebook een filmpje van een schaap wat als lam grootgebracht was
met de fles en verder alleen door honden omgeven was, dit filmpje
liet zien hoe het gedrag van het schaap hetzelfde was als dat van de
honden, genetisch was het een schaap maar het gedrag dat van een
hond. Het gevolg van de inprenting. Bij ons mensen gaat dit niet
anders, vanaf de geboorte en als ik het mag geloven ook al daarvoor
worden ons dingen ingeprent m.a.w. ons brein wordt geprogrammeerd.
Vanouds noemen we dit opvoeding maar het is niet meer of minder dan
allerlei zaken vastleggen op onze harde schijf, ons brein.

Het
verschil met de dierenwereld is dat wij mensen in staat zijn over
dingen na te denken of te interpreteren en daardoor zelf keuzes te
maken. Dit gaat echter niet direct vanaf het begin zo, je bent
afhankelijk van datgene wat je via je ouders en je leefomgeving mee
krijgt en in je opneemt. Deze condities kunnen van mens tot mens zeer
verschillend zijn, maar zeker is dat die eerste levensjaren erg
bepalend zijn voor wie je later bent. Nu ben ik een leek op dit
gebied alhoewel ik daar best veel over gelezen heb, maar mijn gevoel
en datgene wat ik om me heen zie bevestigen dit alleen. De
voorbeelden die we hebben in onze ouders kunnen lopen van rustig tot
opvliegend of van materialistisch tot sociaal enz. enz. als zaken al
in de genen aanwezig zijn, kunnen de voorbeelden van je ouders dit
versterken of afzwakken. Een goed voorbeeld is ook de
levensinstelling die je meekrijgt bv. wordt je met geloof
grootgebracht of niet, hoe sterk zo’n programmering kan zijn ervaar
ik nog steeds. Als velen uit mijn generatie grootgebracht met geloof
in God en de invloed van de kerk daarop, blijkt dit zo diep verankerd
in mijn wezen dat het tot op dit moment ondanks een geheel andere
visie die ik daarop heb gekregen, me nog steeds niet helemaal
loslaat.

Het zijn niet alleen de herinneringen daaraan maar ook
bepaalde gevoelens die daarbij nog steeds een rol spelen. Hierdoor
ervaar ik dat de programmering van ons gevoelsleven sterker is dan
het rationele denken. De vraag ‘wie ben ik’ moet dus een vraag zijn
die niet rationeel wordt beantwoord, maar dieper gaat en naar onze
gevoelens vraagt. Een mens kan wel eens tegen zijn gevoelens ingaan
op rationele gronden, maar op een gegeven moment loopt men er toch
tegenaan. Jezelf, je eigen wezen blijven ontkennen maakt niet alleen
ongelukkig maar kan ook de reden zijn van erger zaken zoals
depressiviteit of andere klachten. We zijn als mens een gehaktbal van
ons voorgeslacht niet alleen genetisch maar zeker ook wat hun
voorbeelden betreft. Een ander aansprekend voorbeeld hoorde ik ooit
van een kennisje van vroeger. Zij was grootgebracht door haar moeder,
haar vader was zeeman en was altijd maandenlang van huis, als hij dan
eens een aantal weken thuis was, was hij meer bezig met zijn
vriendenkring dan met zijn gezin, zo vertelde zij me. Ze had zich
voorgenomen dat dit bij haar anders moest als zij getrouwd was, dus
koos zij een man die alleen maar thuis was, nl. een man die als
detailhandelaar de winkel aan huis had, zij woonden erboven. ‘Maar’,
zo vertelde zij, ‘later kwam ik erachter dat ondanks dat hij altijd
thuis was hij er eigenlijk nooit was,’ de zaak slokte hem helemaal op
en ook zij, net als haar moeder stond er eigenlijk alleen voor. ‘In
wezen kwam ik er achter,’ vertelde zij ‘dat ik voor het zelfde
patroon had gekozen ondanks dat de omstandigheden anders waren.’
Vroeger in ons dorp waar bijna iedereen elkaar kende werd vaak
gevraagd ‘van wie ben jij er een’ dat was kennelijk genoeg om te
weten wat voor vlees men in de kuip had.

Een oude ‘wijsheid’ die zo
gek nog niet was en de huidige kennis over de mens alleen maar
bevestigd. Natuurlijk is het zo dat de details uit ons leven zeer
verschillend kunnen zijn dan die van onze ouders, een heel andere
tijd geeft andere vragen en ook andere keuzes echter de kern van ons
wezen, onze gevoelens, zullen niet veel verschil maken. Doordat we
kunnen nadenken over datgene wat we voelen is het bij ons mensen wel
mogelijk daar iets mee te doen, de negatieve voorbeelden van o.a. een
kind wat ouderliefde gemist heeft, of een strenge hardvochtige vader
had, zal er in zijn leven alles aan doen om dit zijn eigen kinderen
niet mee te geven, dit heeft hem/haar zelf teveel pijn gedaan, maar
als die zelfreflectie er niet is zal dit ook in de volgende generatie
weer gewoon plaatsvinden. Zorg en aandacht kan in die voorbeelden ook
negatief zijn, negatieve aandacht is ook aandacht, gelukkig zijn er
goede hulpverleners die mensen op het spoor kunnen zetten om wanneer
ze in de knoop komen met hun gevoelens of hun eigen daden, hun
inzicht geven waar dit vandaan komt en wat je daar mee kunt. Maar
m.i. begint het, daarom ook deze column, met de vraag ‘wie ben ik’.
Van tijd tot tijd daarover eens goed nadenken kan zeker geen kwaad.

A.L.
Duscees