Pesten,
deed ik dat misschien ook ?

Al
geruime tijd, komt dit begrip met enige regelmaat in het nieuws,
waarbij dit voor ruim 90% over het pesten op scholen en als vervolg
daarop in de sociale media gebeurt. Maar ook bij volwassenen op de
werkvloer komt dit voor, alhoewel beduidend minder en met, zover ik
het kan beoordelen, minder ernstige gevolgen zoals zelfmoorden. Ook
afgelopen week was het weer in het nieuws, waarbij ik me opnieuw
afvroeg wat ikzelf daar voor ervaring mee had, werd ik gepest of was
ik een pester ? In mijn beleving was ik geen van beide tot ik daar
eens wat dieper over na ging denken. Eerst wat verstaan we onder
pesten, het woordenboek noemt dit treiteren maar er zijn vele
synoniemen voor dit woord te bedenken waarbij ik sarren al wat erger
vind overkomen maar het woord kwellen naar mijn idee beter de lading
dekt. Nu is de beleving van dit soort zaken bij mensen vaak heel
verschillend, wat voor de een als plagen, een beetje lol maken is, is
voor de ander echt treiteren tot kwellen toe. Wat maakt nu dat je de
pester of de gepeste wordt ? Ik denk dat allebei wel een beetje in
ons zit, ik moest daarbij denken aan het Yin en Yang principe, het
licht en donker, vaak ten onrechte als goed en kwaad gezien, omdat in
principe dit het mannelijke en vrouwelijke in de mens als geheel
aangeeft. Toch wil ik dit als metafoor gebruiken voor de lichte en
donkere kant in de mens, hoe het kwartje in sommige gevallen valt is
sterk afhankelijk van een groot aantal factoren, teveel om op te
noemen.

Een heel belangrijk aspect hierbij is wel dat iedereen ergens
bij wil horen, je zou dit globaal in 3 groepen kunnen opdelen: de
vooroplopers met hun meelopers, de niet meelopers welke samen ook
weer een groep vormen en tot slot de eenlingen. Eenlingen die vaak
als uitzondering of apart gezien worden. Dat kan van alles zijn van
kledingstijl tot haarkleur, lichamelijke kenmerken, woongebied of
afkomst, er is altijd wel iets te vinden. Binnen die eenlingen wordt
dan ook vaak de gepeste gevonden. De pesters daarentegen zijn in
bijna alle gevallen een groep, zo’n groep bestaat dan uit 1 of 2 zgn.
leiders waar de rest achter aan loopt en door de ‘groepsdiscipline’
iedereen uit die groep aan dat pesten meedoet, men wil laten zien dat
men er bijhoort.

Nu
even terug naar mijn eigen ervaring, alhoewel al heel lang geleden,
kan ik me toch nog voor de geest halen hoe dat bij mij gezeten moet
hebben en moet ik tot de conclusie komen dat ik waarschijnlijk bij de
meelopers hoorde, niet dat ik me echt pest gedrag kan herinneren maar
wel dat ik me aansloot bij een paar jongens die in alles haantje de
voorste waren, lol trappen en geintjes uithalen is een van de dingen
die ik me nog goed herinner, meestal op leraren of het schoolsysteem
gericht. Bijnamen waren ook een erg geliefd item bij ons en daarbij
ontdekte ik nu de link naar eventueel pestgedrag. Ik herinner me nog
een meisje uit de eerste klas van het voortgezet onderwijs, haar naam
was Cathrien die door ons Ka Bom genoemd werd, het was een fors type
zowel fysiek als ook in haar woordgebruik en doen en laten, niet echt
meisjesachtig, wat ook de reden was dat er weinig andere meisjes met
haar omgingen. De reden voor haar bijnaam lag in het feit dat ze ooit
een duidelijk hoorbare wind liet, door ons in die tijd een bommetje
genoemd. De naam Ka Bom was geboren. Ik heb dat zelf altijd als humor
gezien, ook het feit dat we bijvoorbeeld bij zwemles altijd met z’n
allen bommetjes naast haar in het water maakten onder de uitroep
kabom, wat haar allemaal niet veel scheen te deren, althans zo heb ik
daar altijd over gedacht. Nu achteraf nog eens terugkijkend moet ik
concluderen dat dit voor haar wel eens heel anders overgekomen zou
kunnen zijn. Wellicht als je het nu zou vragen is dat voor haar wel
degelijk een pestperiode geweest, de bijnaam kan voor haar
uitschelden betekenen, haar bombarderen of onder water duwen, maar
ook laten schrikken in de klas met harde knal geluiden was voor haar
wellicht niet lollig maar pesterijen.

Met andere woorden de beleving
van dat soort zaken in de pubertijd kunnen een verschil van dag en
nacht zijn, een verschil wat je je meestal pas op latere leeftijd
bewust wordt. Maar dan is het kwaad al geschied zoals in veel
gevallen blijkt, een kwaad wat grote en jarenlange gevolgen kan
hebben voor de gepeste. Als er voldoende over gepraat zou worden met
elkaar kan dit al oplossingen bieden, maar in veel gevallen durft de
gepeste dit niet eens aan te kaarten of over te praten in de angst
nog meer gepest te worden. Ik denk dat daar de taak van ons allen
ligt, zorgen dat het slachtoffer er wel over praat en het vertrouwen
geven dat het daarmee juist opgelost kan worden. Ook hierbij is, net
als bij alle andere conflicten het luisteren naar de ander en begrip
hebben voor de standpunten van die ander het begin van de oplossing.

A.L.
Duscees