Mentaliteitsverandering,
een noodzaak

In
de daggedachte van 29 december jl. schreef Pee over de ZZV, zorg
zonder verblijf, dat bracht mij een van mijn allereerste columns uit
2009 in herinnering over de “onrendabelen” in onze maatschappij.
Die column was gebaseerd op de gelijknamige tv uitzending van Marcel
van Dam over de mensen welke de maatschappij geld kosten. Hoewel het
daarin over uitkeringstrekkers ging, zie ik een grote parallel met de
huidige ouderenzorg. Vanuit puur economisch standpunt bekeken zijn de
mensen die deze zorg nodig hebben ook onrendabel en kosten ze de
maatschappij alleen maar veel geld. Maar wat is een maatschappij ?
Een ondernemersvorm of een samenlevingsverband ? Uitspraken als
onrendabel komen alleen maar van mensen die de maatschappij als een
ondernemersvorm zien, van die figuren die, zoals Youp van ’t Hek zou
zeggen, allemaal in aanmerking zouden komen voor de Nina Brink trofee
of de Dirk Scheringa bokaal, politiek correcte taal spreken en onder
het voorspiegelen van een win-winsituatie schaamteloos hun eigen
zakken spekken. Ik mag hopen dat de meeste mensen onze maatschappij
als een samenlevingsverband zien, waarbij die samenleving zo sterk is
als de zwakste schakel. Ik vergeleek die maatschappij in 2009 al met
een gezin. Een gezin waarbij vader en moeder de economische motor
zijn die het gezin draaiende houden en met de mogelijkheden welke ze
van daaruit hebben, de kinderen verzorgen. Die kinderen krijgen
opleidingsmogelijkheden en als ze ziek zijn verzorging, liefde en
geborgenheid, maar aan de economie van het gezin dragen ze niets bij.
Behandel je die kinderen dan ook zodanig ?

Natuurlijk niet, als goede
ouders zou je, als dat nodig zou zijn, ze blijven verzorgen tot aan
je dood toe. En als die kinderen later zelf een gezin hebben wat doen
ze dan met die ouders die ervoor zorgden dat ze zijn wie ze nu zijn ?
Je zou toch mogen verwachten dat zij op hun beurt daar waar dat nodig
en mogelijk is op hun beurt de liefde en zorg met ze delen. Dat
hierin binnen sommige huidige gezinnen wel wat haarscheurtjes te
vinden zijn, denk hierbij maar aan het programma waarin Geer om Goor
loopt te brullen, maar tevens misstanden binnen de ouderenzorg
duidelijk werden, wil nog niet zeggen dat het alleen al uit
dankbaarheid en respect zo niet zou horen te gaan. De vraag hierbij
is, volgt de overheid de tendens welke in onze maatschappij zichtbaar
is of volgen mensen de lijnen die de overheid uitzet ? Soms kijken we
met be- en verwondering naar 3e wereldlanden waar de kinderen de
pensioenvoorziening van de ouderen zijn, bij ons was dat vroeger ook
zo, maar door de verzorgingsstaat welke vanaf halverwege de jaren 50
in de vorige eeuw opkwam en steeds grotere vormen aannam, is die
vanzelfsprekendheid dat de kinderen voor hun ouders zorgen
langzamerhand een heel stuk afgenomen, waar wonen ouders nog bij de
kinderen in huis ? Niet dat ik daar voorstander van ben, helemaal
niet, ik zou het zelf niet eens willen, maar het achterliggende idee
dat kinderen voor ouders zorgen waar dat nodig is hoeft hiermee niet
parallel te lopen, ik weet nog dat mijn opa in de periode voor er aow
bestond en hij een kleine uitkering van de wet noodvoorziening kreeg,
als zelfstandig wonende elke week een bedragje toegestopt kreeg van
mijn vader en oom, zijn beide kinderen. Met andere woorden men zorgde
ervoor dat hun ouders kregen wat ze nodig hadden. Die
vanzelfsprekendheid is er door de eerder genoemde verzorgingsstaat
grotendeels uit. Het voorbeeld van het gezin is een metafoor voor de
maatschappij, ons Nederlandse gezin in het heden, deze maatschappij,
heeft er in de achterliggende decennia met ons aller goedkeuring een
verzorgings- lees samenlevingsstaat van gemaakt en terecht, we hadden
daar de mogelijkheden en de goede instelling voor, het sociale
menselijke gezicht. Voor zowel de zwakke “kinderen” als de zorg
nodig hebbende oudere, was er voldoende aandacht. Een goed gezin dus.
Tot de omslag kwam, van lieverlee werd de maatschappij als
samenlevingsvorm veranderd tot een maatschappij als onderneming.
Privatisering, marktgericht en nog meer van dat soort zaken begonnen
het beleid te bepalen. Niet verwonderlijk dat met dit soort
uitgangspunten, toen het ook nog eens crisis werd, de gevolgen
daarvan als onderneming te lijf werden gegaan namelijk bezuinigen,
bezuinigen en nog eens bezuinigen, puur kijkend naar het rendement
van de onderneming.

Bezuinigingen die soms noodzakelijk waren, werden
en worden zonder het menselijke- en samenlevingsaspect genomen, ja
sterker nog we worden met sympathiek lijkende leuzen als: we moeten
het samen doen tot een oproep tot mantelzorg, zogenaamd aangesproken
op onze sociale gevoelens of zoals het in een gezin zou horen: je
ouders laat je toch niet in de steek. Allemaal marketing strategie om
de onderneming Nederland maar zo rendabel mogelijk te maken. Een
ander aspect in deze onderneming zijn de gevolgen van de
privatiseringen, bureaucratie, grote bestuurslagen met grote
financiële gevolgen en graaicultuur. Als dan toch over rendabel
gesproken wordt, zijn de topverdieners in onze huidige maatschappij,
in mijn ogen de mensen die niet rendabel zijn, want wat is rendabel ?
Rendabel is iemand die zijn geld waard is. Wat brengt hij op voor het
bedrijf, maar meer nog, voor de maatschappij. We weten inmiddels, dat
de exorbitant hoge salarissen, voor het grootste deel gestoeld zijn
op de hebzucht van de aandeelhouders, als jij mij veel rendement
geef, krijg jij veel salaris. We kennen de gevolgen. Wat draagt dit
bij aan onze menselijke maatschappij, ons Nederlandse gezin, niets,
helemaal niets. Een nieuwe omslag in het denken is de enige manier om
van ons “gezin” weer een samenlevingsmaatschappij te maken met de
nadruk op samenleven van jong en oud, ziek of gezond.

A.L.
Duscees