Nationalisme uit de oude doos

Vorige week was mijn vrouw iets aan het zoeken en liep toen tegen een oud boekje aan wat kennelijk nog uit de inboedel van haar vader was. Het was een boekje met als titel: “Kun je nog zingen, zing dan mee.” Dit boekje uitgegeven door P. Noordhoff n.v. te Groningen, blijkt bij naspeuringen op internet, omdat er geen jaartal in vermeld was, wellicht een uitgave uit 1938. Bij het doorbladeren van dit boekje bleken er veel liederen in te staan die ik zelf op de lagere school, begin jaren 50 nog geleerd heb. Ook herinner ik me dat veel van die liedjes tijdens de aubade op Koninginnedag gezongen moesten worden. Het eerste lied is ‘het Wilhelmus’ waarna nog 12 liederen volgen die allemaal over de periode van de 80-jarige oorlog gaan. Daarna volgen wandel-, mars- en Hollandse natuurliedjes. Het boekje eindigt met St. Nicolaas en Kerstliedjes. Toen ik de bij mij bekende vaderlandse liederen nog eens doorlas viel mij op hoe nationalistisch deze liederen zijn, een aantal zijn geschreven door de arts J.P. Heye, die leefde van 1809 tot 1876, maar ook liederen uit de Valerius gedenck-clanck welke zijn uitgegeven in 1623. Deze oude liederen zijn nog gezongen tot ver in de 20e eeuw en vele ouderen zullen ze nog kennen. Wel las ik dat door het nationalistische karakter van deze liederen er na de 2e wereldoorlog een periode van kritiek is geweest op deze liederen wat niet weg neemt dat ze tot in de jaren 60 nog op school geleerd werden, althans op protestantse scholen, van katholieke kennissen hoorde ik dat zij ze niet kenden. Wellicht heeft dit te maken gehad met het feit dat de 80-jarige oorlog mede een godsdienstoorlog was. Vele liederen met een sterk godsdienstig karakter komen gezien de teksten van protestantse huize. Ook staan er in dit boekje noten vermeld om de betekenis van oude woorden uit te leggen, zo staat er bij het Wilhelmus vermeld dat ‘van Duitsen’ bloed, Nederlands bloed betekent, afkomstig van het woord diets wat in die periode sloeg op de middelnederlandse taal, men ging pas veel later over Nederlands spreken. Een aantal uitgesproken nationalistische zinnen uit die liederen wil ik hier vernoemen.

“Wien Neerlands bloed door d’aad’-ren vloeit, van vreemde smetten vrij.”

‘O schitt’rende kleuren van Nederlands vlag”, waar in de 6e regel staat: “Gij blijft ons een teken, o heilige vlag”. Of uit “Alle man van Neerlands stam”, “offeren met mannenmoed ons goed en bloed”.

Zo zijn er nog veel meer te vinden in o.a. ’t Is plicht dat ied’re jongen – wij leven vrij, wij leven blij – de zilvervloot – in een blauw geruite kiel – in naam van oranje enz.Voer voor conferenciers kwam ik ook tegen b.v. in: “Ferme jongens, stoere knapen” waar gevraagd wordt of ze dan niet “welgeschapen” zijn, of in een jagerslied: “Een jongeheer ging uit jagen op een mooie dag, hij schoot op ieder ding, dat hij van ver maar zag”.Nu zoveel jaar later valt het mij op dat er over de recente vaderlandse geschiedenis eigenlijk bijna geen liederen zijn en zeker niet geleerd worden, wellicht heeft dit te maken met onze Europese gerichtheid. Nationalisme zien we alleen nog in uiterst rechtse kringen. Van mij mogen die ook verdwijnen.

A.L. Duscees