De
Hollandse school

Tijdens
de aanloop naar het wk voetbal in Brazilië, zijn er weer vele
programma’s geweest, waarin de mening van veel “kenners” naar
voren werd gebracht. Het grootste discussiepunt hierbij was, moet van
Gaal het elftal laten spelen volgens de Hollandse school, of zijn er
andere systemen denkbaar voor een elftal dat op een 3 of 4-tal na,
gebrek heeft aan echte “wereldvoetballers”? In het verleden heeft
Nederland altijd volgens die Hollandse school gespeeld, mooi
aanvallend voetbal, maar slechts 1x echt gewonnen. Wat is dan die
Hollandse school ?

In
het boek van Pieter Steinz, “Made in Europe” komt een hoofdstuk
voor waarin hij zich afvraagt of die Hollandse school, ook wel
totaalvoetbal genoemd, kunst kan worden genoemd. Hij verwijst hierin
naar een boek van de Engelsman David Winner, getiteld “Brilliant
Orange,” the Neurotic Genius of Dutch Football. Deze Winner spreekt
hierin zijn bewondering uit voor het Nederlandse voetbal in de jaren
zeventig en tachtig. Hij zette deze bewondering kracht bij door het
te plaatsen binnen de Nederlandse kunstgeschiedenis. Het
overkoepelende begrip hierbij was “ruimte”, ruimte die de
Nederlandse voetballers zochten en creëerden op het veld met behulp
van vleugelspelers, snel positiespel en naar voren verdedigen was
volgens hem hetzelfde als de ruimte die werd geschapen in de
interieurs van Vermeer en de composities van Mondriaan. Het had een
parallel in de architectuur van de Amsterdamse School en de
vormgeving van Total Design in de jaren zestig.

Johan Cruijff zag
volgens hem het veld op de manier waarop Saenredam de Nederlandse
kerken zag. In een recensie op dit boek schreef Arjen Fortuin: “de
schoonheid van een Braziliaanse balgoochelaar is in essentie
figuratief, terwijl het Nederlandse voetbal zijn pracht ontleent aan
abstracte patronen.” De kern van het ‘totaalvoetbal’ welk woord
voor het eerst werd gebruikt tijdens het wk van 1974 was de
tegenstander zoveel mogelijk ruimte ontnemen, verdedigers vallen aan,
aanvallers worden middenvelders, de keeper moet meevoetballen en
Johan Cruiijff, ‘de Rembrandt van het voetbalveld’, ‘de Nureyev van
de groene zoden’, was overal tegelijk en gaf aanwijzingen. “Orange
clockwork” werd dit hoogwaardige positiespel genoemd toen het
Nederlands elftal, gegroepeerd rondom Cruijff, Neeskens en Krol,
tijdens het wereldkampioenschap van 1974 de wereld ermee verbaasde en
de voetbaldoctrine totaal op z’n kop zette. De architect van dit
totaalvoetbal was Rinus Michels die sinds 1965 trainer was van Ajax
en daarmee mede de basis legde voor het voetbal van het Nederlands
elftal van ’74. Hij had binnen het Ajax ballet de beschikking over
‘sterdansers’ als Piet Keijzer, Sjaak Swart en de jonge Johan Cruijff
, die zich van meet af aan meer als de choreograaf en de dirigent in
het veld gedroeg. In het jaar dat Ajax de eerste europacup won 1971,
vertrok Michels naar Barcelona dat daarna een van de succesvolste
uitvoerders van het totaalvoetbal in het buitenland zou worden.

Het
Hollandse spel maakte school in Spanje, Engeland, Duitsland en later
ook Italië. Dit totaalvoetbal is inmiddels geëvolueerd tot het
tiki-taki spel (snel spel gericht op balbezit) en geldt tegenwoordig
als de essentie van de voetbalsport, dit totaalvoetbal is tot nu toe
onverslaanbaar gebleken. Maar wie kan het spelen. Het is gebaseerd op
een geweldige techniek, groot uithoudingsvermogen en een groot
voetbalinzicht. Hebben wij in Nederland nog 11 van zulke spelers ? Ik
ben bang van niet, daarom is het misschien wel verstandig van van
Gaal om op grond van de spelersmogelijkheden te kiezen voor een
andere tactiek, jammer voor de Hollandse school, andere landen hebben
die allang overgenomen en verbeterd.

Op
het moment dat ik deze column schrijf moet Nederland zijn eerste
wedstrijd tegen Spanje nog spelen, als u dit leest weet u wellicht de
uitslag al, ik ben benieuwd.

A.L.
Duscees