Onbegrip, verbazing, ignorantie en geloof

In de vorige maand begonnen nieuwe serie “Cosmos: A Spacetime Odyssey” van National Geographic, wordt de wetenschap over het heelal op een voor “de gewone man” begrijpelijke manier uitgelegd. Nu is het woord wetenschap niet altijd wat we daaronder verstaan, nl. het zeker weten doormiddel van bewezen feiten, vaak is het woord wetenschap in dit verband een theorie welke is afgeleid van wel bekende feiten. Eén daarvan is de Big Bang of Oerknal theorie. Ik zal niet de enige zijn die daarover wel eens heeft nagedacht. Volgens deze theorie kan het niet anders dan dat door de wetenschap aangetoonde feiten van het uitdijende heelal, terugredenerend deze uitdijing op een bepaald punt in de tijd begonnen moet zijn, wat dus de oerknal wordt genoemd. Volgens de nieuwste gegevens die een paar weken geleden bekend werden zou deze theorie opnieuw bevestigd worden. Opgevoed met het bijbelse scheppingsverhaal werd deze theorie in onze kringen als sprookje opgevat, sterker nog het werd het bewijs genoemd van hoe de duivel de mensheid van het geloof in God probeert af te trekken door gebruik te maken van ongelovige wetenschappers, evenals dat bij de evolutietheorie het geval zou zijn.

Inmiddels al vele jaren dit deel van mijn opvoeding achter me gelaten hebbend en juist dit als een sprookje ziend, moet ik toch constateren dat het hardnekkige idee van iets wat aan het begin staat van het hele proces, een “schepper” of “creator” of wat dan ook, nog steeds bij me naar boven komt. Met name als ik nadenk over deze oerknal, want waar komt al deze materie vandaan die in een enorm heet punt met een oneindig grote dichtheid uit elkaar knalde en waaruit ons heelal zou zijn ontstaan. Ik vraag me dan als leek af, waarin zweefde dan die uit elkaar geklapte bol ?

was dat niet een heelal ? en hoe kwam al die materie als een bol bij elkaar m.a.w. waar komt die bol dan vandaan ? In mijn beleving moet er toch iets zijn geweest wat er voor zorgde dat een en ander kon gebeuren. Sommige wetenschappers verklaren dit door te zeggen dat die samengebalde materie er van eeuwigheid is geweest. Ja, zoiets zegt het geloof ook, God is er van eeuwigheid, terwijl het scheppingsverhaal pas begint toen de aarde al lang gevormd was. (De aarde was woest en ledig en de geest Gods zweefde over de wateren, vlgs Genesis). In die zin heeft de godsdienst dus kennelijk alleen met de aarde te maken en niet met het ontstaan van het heelal al wordt wel gezegd dat hij daarna de lichten aan de hemel schiep, een iets verkeerde volgorde naar ik meen. Wat mij betreft inderdaad een sprookje. Ik moet echter wel tot de conclusie komen dat het woord eeuwig voor mijn verstand niet te begrijpen is. Of het is een woord wat verzonnen is en stelt geen echte werkelijkheid voor, of het is een woord waarbij onze ignorantie, (de beperking van ons menselijke verstand), naar voren komt. Waarschijnlijk is de filosoof René Descartes daar in zijn tijd ook al tegen aangelopen toen hij tot de conclusie kwam dat het enige wat hij met zekerheid kon zeggen was dat hijzelf bestond (ik denk, dus ik besta).

Doordat de mensheid zeker in het verleden maar ook nu nog tegen de eerste drie woorden boven deze column aanliep is juist godsdienst ontstaan, immers voor iets wat we niet weten vullen we zelf een verklaring in, zo lijkt het wel een wetenschappelijke theorie. Want ook dat is een geloof. Of het nu religie is of wetenschap, elk mens gelooft in iets. Als een parafrase op Descartes zou je kunnen zeggen: “ik besta dus ik geloof”. Maar hoe zit het nu met die oerknal ? Ik heb geen geloof nodig om te zeggen: “Ik weet het niet”, dat weet ik namelijk zeker.

A.L. Duscees