Heiligschennis

Van
heiligschennis spreekt men volgens art. 2120 van de Katholieke
Catechismus o.a. wanneer men op onwaardige wijze omgaat met
sacramenten, bijbel of liturgische voorwerpen, etc. De vraag is
wat is onwaardig ? Het uitgangspunt van de kerk is hierbij dat
datgene wat zij leert, de waarheid is. Ga je daar tegen in dan ben je
niet volgens haar waarheid bezig, dus ga je onwaardig met haar
leerstellingen om en is er dus sprake van heiligschennis. Soms staan
daar zware straffen op, niet alleen in het verleden bij de Katholieke
Kerk, maar ook bij andere geloven, denk hierbij aan stromingen binnen
de Islam. In het woord onwaardig zit duidelijk dat iets onwaar is.
Echter het uitgangspunt is hierbij bepalend. Wanneer onze jonge
kinderen het sinterklaasfeest en alles wat daarbij hoort geleerd
wordt, wordt hen duidelijk gemaakt dat dit waarheid is, terwijl we
allemaal weten dat dit helemaal geen waarheid is. Als het
uitgangspunt geen waarheid is, zoals het sinterklaasverhaal kun
je dan nog van onwaardig spreken? Ik denk het niet, dus daarom ga ik
me aan heiligschennis schuldig maken als het gaat over de bijbelse
waarheid van de kerk.

Onlangs
kreeg ik een situatie te horen, van wat ik in deze tijd niet meer
verwachtte, het uitsluiten van mensen op grond van een andere
bijbelopvatting. Dat dit in de vorige eeuw veel vaker voorkwam wist
ik wel, maar dat dit ook nu nog gebeurt had ik niet verwacht. Navraag
leerde mij dat het geen roddel was maar werkelijkheid, kinderen uit
een gebroken relatie werden weggehouden bij de ex-partner op grond
van een bepaalde geloofsopvoeding. Duidelijk hierbij is, dat het
verschil ligt in opvattingen en interpretaties uit een en hetzelfde
boek, in dit geval de bijbel. Ook bij andere godsdiensten zien wij
die verschillen, denk maar aan sjiieten en soenieten in de islam. Hoe
komt het dat in dit geval het “heilige” boek de bijbel zo’n
enorme invloed heeft ? Een invloed die in het verleden, maar ook nu
nog tot verschrikkelijke dingen leidt die mensen elkaar aandoen.
En dat allemaal gebaseerd op, wat mij betreft sprookjes, beter gezegd
op een duizenden jaren oude cultuur welke uit de toenmalige
opvattingen is ontstaan, maar die gelegd naast de meetlat van onze
huidige kennis inderdaad als sprookjes moeten worden gezien. De
definitieve versie van de bijbel is uit het jaar 418, alsof er in die
1600 jaar niets gebeurd is. Het feit dat “heilige” boeken,
heilig verklaard worden, kan alleen omdat mensen er in geloven. Maar
geloof wordt geleerd. Geloof in de boodschap uit dit soort
geschriften, brengt in de meeste gevallen exclusiviteit met zich mee.
Geloven in het één sluit immers het geloof in iets wat daarmee in
tegenspraak is, van nature uit. Daarom ook komt men tegenover elkaar
te staan. Gelovigen hebben geen twijfel over hun geloof, en zijn vaak
niet vatbaar voor alternatieve rationele of logische verklaringen en
benaderingen, noch het beschikbaar komen van nieuwe feiten die hun
geloof schijnen te ondermijnen.

Van
alle oude culturen en beschavingen over de gehele wereld is bekend
dat zij een vorm van godsdienst hadden, veelal gebaseerd op
natuurverschijnselen en allemaal met meerdere goden, elk verschijnsel
had zijn eigen god. Al deze beschavingen gingen er vanuit dat de
goden gunstig gestemd moesten worden door offers te brengen in
velerlei vorm, bekend zijn zelfs mensenoffers. De oorspronkelijke
beschaving in het gebied waarin de Bijbelse geschriften zijn
ontstaan, is die van Mesopotamië. Er is al iets bekend van deze
cultuur vanaf 6800 v. Chr., dus eerder dan de aarde volgens het
Jodendom bestaat. De waarheid welke de bijbelse geschriften
pretenderen te zijn althans welke aan hen toegedicht worden, blijken
bij nader onderzoek waarheden te zijn die uit de geest van de
toenmalige cultuur, bij de schrijver te hebben postgevat door
opvattingen welke grotendeels hun oorsprong vinden in persoonlijke
omstandigheden, toenmalige kennis en culturele achtergronden, soms
kan zelfs van psychische omstandigheden worden gesproken door bv.
uitspraken die in trance gedaan zijn of wat wij tegenwoordig wanen of
hallucinaties noemen. Van vasten en meditatie welke boven
proportioneel zijn is bekend dat wanen en hallucinaties daarvan een
gevolg kunnen zijn. In veel geschriften is sprake van vasten en
mediteren in soms uitzonderlijke omstandigheden. Verder is uit
wetenschappelijk onderzoek reeds lange tijd vastgesteld waar bv.
natuurrampen en ziektes hun oorsprong vinden, maar die in de
geschriften en bij de gelovigen tot zelfs nog in deze tijd als
straffen van God voor de mensheid gezien worden. Ook de tegenwoordige
kennis van de aarde en het heelal geeft aan dat hetgeen in de teksten
daarover staat vermeld puur te maken heeft met het ontbreken van
kennis daarover.

Het
simpele idee wat er al in de oudheid was, we kunnen onze goden niet
zien dus maken we er zelf een beeld van, zien we ook bij dit soort
geschriften. De heilige geschriften en dogma’s zijn de door
mensen gemaakte beelden van wat door het ontbreken aan kennis of
zichtbaarheid, zichtbaar en tastbaar wordt gemaakt. In plaats
van het fysieke beeld van een godheid, is het geschreven woord het
beeld van God geworden. Kortom ook ‘afgodsbeelden’. Waarmee
gezegd kan worden dat de mens God schiep, en we weer terug lijken te
zijn bij het polytheïsme of veelgodendom, immers elke godsdienst,
stroming of kerk, gaat van zijn eigen Godsbeeld uit ook al noemen we
ze samen het Christendom of Islam of wat dan ook. Het woord God lijkt
hiermee een afkorting te zijn van Groot Onoverzichtelijk Dilemma. Op
zich heb ik niets tegen gelovigen, want er kunnen ook zeker
waardevolle elementen uit naar voren komen. Zoals het geloof in
Sinterklaas bij kinderen tot een bepaalde leeftijd zijn waarde heeft
door in die Sinterklaastijd kinderen te leren lief te zijn en
daarvoor beloond te worden met geschenken. Zo heeft ook godsdienst in
sommige gevallen zijn waarde, om lief te zijn voor onze medemens en
respect voor de natuur, waarbij dan het geschenk het eeuwige leven in
de hemel is. Veelal echter is het omgekeerde waar en verkettert men
elkaar zoals uit de aanleiding voor deze column blijkt. Hoelang
blijft men nog in zijn eigen sinterklaas geloven ?

A.L.
Duscees