Vooroordeel
of racisme, gevolg van luie hersenen

Sinds
een aantal weken is de vraag of er wel of geen racisme in Nederland
is, volop in het nieuws door o.a. de zwarte pietenkwestie, een
bedrijf in Arnhem en uitspraken van Gordon en Jack Spijkerman. De
twee begrippen in de kop van deze column betekenen iets anders maar
worden m.i. door elkaar heen geïnterpreteerd. In de encyclopedie
vond ik de volgende uitleg.

Racisme is volgens
de Conventies
van de Verenigde Naties
raciale
discriminatie, “elk onderscheid, uitsluiting, beperking of
voorkeur gebaseerd op ras, huidskleur, afstamming, of nationale of
etnische oorsprong die het doel of effect heeft van opheffing of
aantasting van erkenning, genieting of uitoefening, op basis van
gelijkwaardigheid, van mensenrechten,
en fundamentele vrijheden in het politieke, economische, sociale,
culturele of enig ander veld van het openbare leven”.

Vooroordelen zijn
meningen die niet op feiten zijn gebaseerd. Een
vooroordeel kan gezien worden als een veel voorkomende menselijke
fout
in
het denken, redeneren of het nemen van beslissingen. Het is een
menselijk hulpmiddel om een grote stroom aan informatie in pakketten
op te slaan in het geheugen, daarom worden groepen vaak aan één
kenmerk gekoppeld. Het is moeilijk om boven deze
vooroordelen te staan en het kan negatieve gevolgen hebben op de
manier waarop iemand met mensen omgaat. Als mensen op basis van deze
vooroordelen worden achtergesteld, is er sprake van discriminatie.
Vooroordelen zijn hardnekkig en als een bepaalde groep eenmaal een
etiket heeft gekregen dan is het moeilijk dit te veranderen.

Op
grond van bovenstaande uitleg van de begrippen, moet ik concluderen
dat de uitspraken van Gordon en Jack Spijkerman, niet onder racisme
vallen, immers er vindt geen uitsluiting plaats, over het woord
voorkeur zou getwist kunnen worden. Wel is dit het geval bij de
jongen die bij een bedrijf in Arnhem werd afgewezen omdat hij een
“zwarte” neger was. De uitspraken van Gordon en Spijkerman zijn
wel te rangschikken onder vooroordelen.

Een
menselijke fout in het denken waaruit een vooroordeel ontstaat, heb
ik al eens beschreven in een column “populisme, de luiheid van ons
brein” (5 april 2013). Een gedeelte hieruit : “Bijna alle
terroristen blijken moslim, maar zijn dan ook alle moslims
terroristen ? Voor ons brein is het in eerste instantie allemaal een
pot nat. Het subtiele onderscheid tussen de kans dat je terrorist
bent als je moslim bent en de kans dat je moslim bent als je
terrorist bent is aan ons brein niet besteed. Dat betekent werk aan
de winkel om eens goed na te denken, want er bestaat een enorme kloof
tussen beiden. Laten we er van uitgaan dat de meeste terroristen,
stel 99 procent, moslim is. Het aantal terroristen op deze aardbol is
een beetje moelijk te bepalen, men loopt er niet mee te koop.
Bovendien is de definitie ook niet duidelijk en afhankelijk van de
politieke voorkeur, wat voor de een terroristen zijn, zijn voor de
ander vrijheidsstrijders. Maar laten we aannemen dat er zo’n 10.000
terroristen rondlopen. Aangezien er wereldwijd ongeveer anderhalf
miljard moslims zijn, is de kans dat je een willekeurige moslim die
je op straat tegenkomt en in zijn vrije tijd vliegtuigen kaapt of
zichzelf opblaast 0,00066 procent. Als je dus de kans dat een
terrorist moslim is 99 procent, verward met de kans dat een moslim
terrorist is 0,00066 procent, zit je er dus een factor 150.000
naast.”

Meestal
vinden we het te veel werk om daarover na te denken of iets te
verifiëren, het feit dat terroristen die bekend worden, moslim
blijken te zijn blijft hangen in ons brein en daarom roept men dat
moslims gevaarlijk zijn. Als dit dan ook nog eens uitgebreid in de
media geroepen wordt door deze en gene is een vooroordeel geboren.
Dit geldt precies zo voor het gegeven dat er meer allochtonen in de
gevangenis zouden zitten dan autochtonen, of dat elke chinees in een
restaurant werkt, enz. enz. Ook in het geval van de gevangenissen
blijkt uit cijfers van het CBS dat 50% autochtone Nederlander is, de
andere helft is verdeeld over mensen afkomstig uit de hele wereld.
Allochtonen welke bij ons al vanaf de jaren ’60 en ’70 van de
vorige eeuw zo aangeduid worden, zijn Nederlanders met als herkomst
Suriname, Antillen, Marokko en Turkije, bij hen betreft het een
aantal van zo’n 20%. De resterende 30% gevangenen komen grotendeels
uit Afrika en Zuid Amerika. Eveneens volgens CBS cijfers, betekent
dit dat 2500 mensen uit voornoemde 4 landen van de in totaal
1.255.000 onze gevangenissen bevolken, m.a.w. 95 van de 100 gedragen
zich zoals het hoort. Over vooroordeel gesproken. Wel is het zo dat
autochtonen het beter doen, nl. 99,5 van de 100 gedraagt zich goed.

Grappen
maken over dit soort vooroordelen moet kunnen, als het tenminste de
bedoeling heeft om dit vooroordeel aan de kaak te stellen, maar
meestal werken ze juist bevestigend. Duidelijk is dat
vooroordelen de ideale voedingsbodem zijn voor het onkruid van het
racisme, er is maar een hele dunne scheidslijn tussen beide. Het
opheffen van vooroordelen kan maar op 1 manier: ‘zet het luie brein
eens echt aan het werk’.

A.L.
Duscees