Mijn oproep tot Jihad

Bij P&W, pardon bij Knevel en van den Brink, was er deze week een item waarbij een Nederlandse moslim de islamitische jihad volgens de Koran, als noodzakelijk en voor elke moslim verplicht achtte. Dit met als achtergrond dat Nederlandse moslim jongeren in Syrie meevechten tegen Assad. Daarnaast viel mij op dat deze man, met voor mij toch extreme ideeën, een studie bestuurskunde volgt, waar hij straks binnen zijn eigen groepering waarschijnlijk veel mee kan gaan doen, maar dat terzijde. Uit dit gesprek bleek verder dat binnen de moslim wereld grote verschillen bestaan over de uitleg van de Koran en daardoor sektarische groepen bestaan die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Alleen als er niet moslims (ongelovigen) zoals christenen en joden in het geding komen lijkt men soms gezamenlijk op te trekken. Waar herkennen we dit van ? Degene met historisch besef van onze eigen christelijke cultuur weet dat ook binnen de christenheid er veel gewapende strijd is geweest, maar ook naar buiten toe, denk aan de kruistochten, velen zijn vermoord uit naam van hun uitleg van een geschreven boek. We hebben het dan hoofdzakelijk over oorlogen die eeuwen achter ons liggen, althans in Nederland. Niemand zal kunnen ontkennen dat uit naam van het geloof er veelal machtspolitiek aan ten grondslag ligt. Kijk naar het hedendaagse voorbeeld van Noord Ierland waar katholieken en protestanten tegenover elkaar stonden en staan om of bij Ierland of bij Engeland te willen horen. Nu even terug naar de Jihad, een woord wat gewoon strijd betekent, een woord en begrip wat op meerdere manieren is op te vatten. Ook politieke partijen kennen strijdliederen die oproepen in verzet te komen. In godsdienstige zin kun je spreken van een innerlijke of een uiterlijke strijd. De innerlijke strijd bestaat uit de persoonlijke strijd tegen de zonde (christenen) of de strijd tegen het niet nakomen van je verplichtingen voor het geloof(islam). Met andere bewoordingen bedoelen ze beiden hetzelfde. De uiterlijke strijd daarentegen bestaat in beide gevallen uit het verbreiden en verdedigen van het geloof, het opkomen voor elkaar waar ook ter wereld en een streven naar heerschappij van dat geloof. Voor de christelijke wereld ligt deze strijd als gewapende strijd voor het grootste deel al ver achter ons, terwijl dit voor de islamitische wereld nog precies zo geldt als bij ons in de late middeleeuwen. Het oog om oog, tand om tand, wat een uitspraak is uit de oud oudtestamentische tijd van het jodendom is door het christendom inmiddels achter zich gelaten terwijl dit in de islamitische wereld nog veelal geldig is. Uit een en ander blijkt mij, dat de uitleg welke een geloofsmachthebber geeft voor bepaalde woorden of zinsneden uit een “heilig” boek, bepalend is voor de omgang van mensen met elkaar en daardoor deze wereld nog altijd met oorlogen, terreur, en dood en verderf te maken heeft, waarbij de werkelijke reden macht te hebben over anderen, het geloof als een extreem sterk wapen gebruikt. Vandaar mijn oproep tot een jihad tegen waanbeelden als geloof in een onzichtbare en ontastbare entiteit die alleen bestaat in hoofden van mensen. Het zijn deze waanbeelden die voor zo’n wereld zorgen.

A.L. Duscees