Vrijheid van meningsuiting en sarcasme

Op de kroningsdag, maar ook reeds daarvoor in Utrecht, werd door mensen van het republikeins genootschap de publiciteit gezocht om te ageren tegen de monarchie. Wat mij betreft is daar niets op tegen, vrijheid van meningsuiting staat hoog in het vaandel. Toch heb ik mezelf afgevraagd wat ik acceptabel vind en wat men onder de noemer vrijheid van meningsuiting verstaat. De burgemeester van Amsterdam van der Laan vond het o.a. kwetsend dat de gemeente of Nederland vergeleken werden met Noord Korea. Een puur sarcastische opmerking. Ik heb daar een aantal jaren geleden al eens eerder over geschreven. Wat kan, maar vooral hoe, mag er naar mijn mening iets gezegd worden over anderen, zonder ze daarbij te discrimineren of te beschuldigen en kwetsen.. Discrimineren is het maken van onderscheid tussen mensen en/of groepen, wat het grondbeginsel dat alle mensen gelijk zijn, in de weg staat. Dit is sowieso voor mij onacceptabel. Maar hoe ver wil ik gaan in het moedwillig beledigen van mensen, dus een krenkende uiting die iemands eer en goede naam kan aantasten. Ik kwam erachter dat ik daar heel erg ver in zou willen gaan en niet alleen omdat het beledigd worden bij mensen heel erg divers opgevat kan worden, de een raakt het, de ander niet, maar ook omdat er een humor cultuur bestaat waarin mensen of groepen op de hak worden genomen die ik niet graag kwijt zou raken, zonder hierbij over goede smaak te willen praten. Nu kan onder het kopje humor heel erg veel verstaan worden, althans dat doen we over het algemeen, immers satire, cynisme, ironie en sarcasme noemen we voor het gemak allemaal humor. Toch zitten daar grote verschillen in, satire zou je kunnen omschrijven met ‘op geestige wijze de spot drijven’ dit kan zowel agressief als cynisch gebeuren. Cynisme komt voort uit wantrouwen en wantrouwen kan een gevolg zijn van vooroordelen. Dan hebben we ook nog de ironie waar een paar verschillende vormen onder vallen zoals de omkering, het met opzet tegengestelde zeggen van wat men bedoeld, of de overdrijving, het met opzet vergroten van iets, of het understatement, het met opzet verzwakken van iets. Al deze vormen van “humor” vind ik acceptabel en ik beleef daar soms, als het goed gebracht wordt, veel plezier aan. Echter is er een vorm waar ik meer moeite mee heb en dat is het sarcasme, zo je dit al onder humor wilt verstaan. Sarcasme is een agressieve en altijd aanvallende bijtende spot, bedoeld om pijn te doen. Vooral met dit laatste, bewust iemand echt pijn willen doen, heb ik moeite, maar ik realiseer me ook dat je geen wet kunt maken waarin sarcasme verboden wordt. Kortom alles mag gezegd worden, blijft er alleen de kwestie van goede smaak in onze omgangsvormen met elkaar. Ook als je je standpunt naar voren wilt brengen en de publiciteit zoekt.

A.L. Duscees