Vandalisme

Tijdens
oud en nieuw, maar ook nog in het weekend van 17 februari werd de
overkapping op het Rembrandtplein, door vandalisme vernield.
Afgelopen weekend was de verlichting bij het fietspad langs de
sportvelden aan de beurt en 4 dagen na de opening van de nieuwe
bibliotheek was een van de naambordjes al het haasje. Vandalisme is
iets van alle tijden, wat bijna altijd gepleegd wordt door jongeren
in de pubertijd en/of adolescentie. Het woord vandalisme betekent
het moedwillig beschadigen of vernietigen van objecten die iemand
anders toebehoren. Volgens kenners zijn er een aantal soorten te
onderscheiden, zoals o.a. : spel-, prestige-, wraak-, en
groepsvandalisme.

Over
het algemeen gaat het om kwajongensstreken als het omgooien van
vuilnisbakken, het bekladden van muren (graffiti) het in brand steken
van afval en papier en het bekrassen van auto’s. Het betreft vaak
kinderachtig of puberaal gedrag
uit verveling en kan wijzen op gebrek aan intelligentie,
fantasie, fatsoen of
inlevingsvermogen, hoewel dit laatste niet noodzakelijkerwijs het
geval hoeft te zijn. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een
innerlijke onvrede bij de overtreder of zelfs ernstigere
psychologische problemen. Soms wordt vandalisme gepleegd uit wraak,of
uit protest tegen bepaalde personen of instanties. Dit kan
bijvoorbeeld het bekladden van muren met bepaalde slogans zijn, of
het ingooien van ruiten. Het zijn geen halsmisdrijven, maar het kost
de maatschappij wel ieder jaar veel geld. In veel gevallen speelt ook
drank- en drugsgebruik mee omdat dit de remmingen verlaagt.
Vandalisme is gedeeltelijk instinctief, een vandaal probeert te laten
zien dat hij beter is, dominanter dan anderen.

In
de periode van adolescentie welke loopt tot begin of medio 20-er
jaren is een persoon biologisch maar niet emotioneel volgroeid. Het
is een periode waarin men zich meestal afzet tegen het gezag van in
de eerste plaats de ouders, maar ook tegen het gezag van leraren en
overheid. Dit geldt niet voor elke jongere in dezelfde mate, bij
sommigen merkt men bijna helemaal niets terwijl anderen dit afzetten
heel extreem vertonen. Tijdens deze periode vindt een groeispurt
plaats, waarbij de lichamelijke veranderingen voorop lopen ten
aanzien van de psychische. Door veranderingen in de hersenen
ontwikkelt zich het abstracte denkvermogen en in een later stadium
pas de sociale bewustwording. Ook het slaappatroon verandert. Dit
gaat veelal gepaard met aanpassings-moeilijkheden, ook de omgeving
moet zich op de “nieuwe mens” instellen. De tendens is wel
dat het vandalisme in vergelijking tot vroeger toeneemt, dit kan
veroorzaakt worden door een aantal factoren zoals een vrijere
opvoeding waardoor jongeren sneller bepaalde regels overtreden, een
individualistische moraal waardoor men minder rekening houdt met een
ander en een in de hele maatschappij toenemende mate van
“hufterigheid”en korte lontjes. De enige manier om een en ander
terug te dringen is m.i. meer sociale controle. Maar hoevelen durven
nog iets te zeggen tegen jongeren die meestal met een hele groep
zijn. De media aandacht over zinloos geweld heeft er ook voor gezorgd
dat velen het wel uit hun hoofd laten om ergens iets van te zeggen,
bang voor represailles. Wat dan bij het zien van vandalisme
overblijft is om evt. foto’s te maken en aangifte te doen. Uit de
praktijk blijkt dat jongeren die gepakt worden en daarna meestal een
taakstraf krijgen, voor het grootste deel niet meer in herhaling

vallen. Daarnaast is laten opdraaien voor de schade eveneens een
reden voor die jongeren voortaan wel uit te kijken. Maar ondanks dat
alles zal vandalisme nooit helemaal verdwijnen, het elkaar opzoeken
van jongeren en zich sterk voelen binnen die groep is tijdens hun
emotionele en sociale groeiproces vaak de reden om voor elkaar niet
te willen onderdoen en dan hoeft er maar 1 rotte appel tussen te
zitten die het gedrag van de hele groep bepaalt. Voor ouders is en
blijft belangrijk weet waar je kind uithangt en met wie, het blijft
tijd investeren in je kinderen om ze straks op een goede manier als
zelfstandig en verstandig individu aan onze maatschappij af te
leveren. Soms kan ik me echter niet aan de indruk onttrekken dat dit
investeren in de begeleiding van kinderen soms tekort schiet door
ouders die het voor zichzelf zo druk hebben. De grootste invloed op
je kinderen heb je door je eigen voorbeeld, en dit gaat dieper dan
menigeen denkt. Een door mij al eerder aangehaald voorbeeld staat in
de column van 7 dec. getiteld: “verandering begint bij onszelf”,
simpelweg terug van het “ik” naar het “wij” gevoel en dat
begint al in onze gezinnen. Daarnaast moet me nog iets van het hart,
niet dat dit vandalisme zou voorkomen, maar het met regelmaat
zichtbaar zijn van het“fenomeen wijkagent”, zou misschien in een
aantal gevallen kunnen werken. Ik zeg hier bewust “fenomeen”
omdat dit woord aangeeft dat het om een observeerbare speciale
gebeurtenis gaat. En dat is het zeker, want ik heb dit fenomeen nog
nooit gezien.

A.L.
Duscees