Hardleers
leiderschap

Hardleers,
(betekenis o.a. niet willen leren van fouten of verkeerde inzichten),
is een kwalificatie waar ik vele van onze magistraten, theologen en
andere hoogwaardigheidsbekleders mee wil betitelen. Door het weer
achter ons liggende carnaval, het feest der zotheid, kwam ik op het
idee om “de lof der zotheid” van Erasmus nog eens te lezen. Heel
vroeger in mijn middelbare schooltijd had ik dit al gedaan, maar daar
was al zo veel van vervaagd dat ik het nog maar eens gepakt heb.

De satire
waarmee Erasmus dit werk schreef, uit naam van de godin der zotheid,
is geweldig en heeft in zijn tijd zo’n 500 jaar geleden, maar ook
later nog het nodige stof doen opwaaien, waarbij onze hedendaagse
satirische programma’s in het niet zinken wat ophef betreft. Als ik
dan zie wat hij schreef ten aanzien van de complete magistratuur die
hij in zijn tijd aan de kaak stelde, dan concludeer ik dat er in al
die 500 jaar nog bitter weinig veranderd is. Wereldleiders als
vorsten, magistraten, wetenschappers en allerlei andere zogenaamde
vooraanstaanden wordt een spiegel voorgehouden evenals de lezer zelf.
Toch heeft het grootste hoofdstuk (53) over de Godgeleerden mij het
meest aangesproken, waarschijnlijk omdat onder het juk van theologen
grootgebracht, dit juist mijn frustratie is. Maar ook bij alle andere
groepen zijn de drijfveren en veelal egoïstische motieven de dag van
vandaag nog niet veel veranderd. Het draaide toen al om het ego van
de theoloog, wetenschapper of magistraat en dat is ook vandaag de dag
allemaal nog precies hetzelfde. Het punt dat het kijken in de spiegel
geen effect heeft, heeft te maken met wat Erasmus als volgt
beschreef:

Want zij staan altijd dadelijk klaar om met hun bliksem een ieder angst aan te jagen, wien zij niet bijzonder genegen zijn. Gelukkig door hun eigenliefde zien zij, alsof zij zelf in den derden hemel woonden, op alle overige stervelingen als op aardwormen uit de hoogte haast met een gevoel van medelijden neer. Veilig achter een drom van magistrale bepalingen, sluitredenen, gevolgtrekkingen, ontwikkelde en ingewikkelde voorstellingen bezitten zij zulk een tal van schuilhoeken, dat zelfs de ijzeren netten van Vulcanus hen niet kunnen vasthouden. Altijd hebben zij pas uitgedachte woorden en monsterachtige uitdrukkingen in voorraad. Zoo verklaren zij verder geheel naar hun goedvinden de ondoorgrondelijkste geheimenissen bijv., op welke wijze de wereld geschapen is en geordend; en langs welke wegen de erfzonde over het nageslacht gekomen is.”

En nog zo’n beschrijving: “zoo beweren zij bijv., dat het een lichter misdrijf is, duizend menschen van kant te maken dan éénmaal op den dag des Heeren (zondag) een schoen voor een armen drommel te naaien.”

Met andere woorden zij weigeren het beeld wat de spiegel van hen geeft als hun eigen beeld te zien en verheffen zichzelf boven het volk wat zij als leiders behoren voor te gaan. Het enige juiste leiderschap is dienstbaar te zijn aan degenen die door hen worden geleid, in plaats van het volk dienstbaar te laten zijn aan henzelf. Deze definitie van leiderschap is ook de dag van vandaag nog geldig. Als we deze meetlat over onze huidige leiders leggen, kun je onmiddelijk zien wie een goede en wie een verkeerde leider is, op wat voor gebied dan ook. Benieuwd wat Erasmus over onze huidige financiële leiders gezegd zou hebben.

A.L. Duscees