Sinterklaas

Vorige
week kwam in het nieuws dat men in Suriname het Sinterklaasfeest wil
uitbannen omdat dit als een oud koloniaal gebruik gezien wordt. Dit
was, mede ook door het feit dat we vlak voor dit feest staan,
aanleiding om eens naar dit typisch Nederlandse, maar ook Belgische
gebruik, waar we allemaal mee opgevoed zijn, te kijken.

Uit
allerlei zoekwerk op internet blijkt dat het feest zo we dit nu
vieren eigenlijk pas na de oorlog een beetje zijn huidige vorm kreeg,
althans voor wat betreft pakjes avond, dit kwam mede door het feit
dat men het geleidelijk aan allemaal wat beter kreeg. Ook volwassenen
geven elkaar tegenwoordig geschenken. Voor die tijd was het puur een
kinderfeest en was het alleen gebruikelijk om de schoen te zetten
waar dan meestal alleen wat snoepgoed in kwam, soms met een niet te
duur stukje speelgoed erin.

In
de 15eeeuw wordt al gewag gemaakt van het feit dat men op
de sterfdag van de Heilige Nicolaas welke als kindervriend te boek
stond daar een bepaalde folklore aan verbond. Uit archiefstukken komt
naar voren dat men dat eerst deed in de kerk, in 1427 werden bv. in
de Sint Nicolaaskerk in Utrecht, op 5 dec. schoenen gezet waar rijke
inwoners iets in deden en wat dan op 6 dec. de sterfdag van de
Heilige Nicolaas aan de arme kinderen werd uitgedeeld. Vanaf de
16eeeuw is bekend dat dit schoenzetten door kinderen
gebeurde in de huiskamer en wel bij de schoorsteen, omdat de knecht
van Sint Nicolaas door de schoorsteen naar binnen kwam om de
schoentjes te vullen. Jan Steen heeft in de 17eeeuw met
een tweetal schilderijen een en ander vast gelegd. Dit ceremonieel
was omgeven door een soort geheimzinnigheid, Sinterklaas werd toen
nog niet fysiek zichtbaar gemaakt. Dit transformeerde echter
gaandeweg van onzichtbare magische brenger van wonderbaarlijke gaven
tot een opa-achtige kindervriend, die de kinderen met zijn zwarte
pieten thuis met een zak vol cadeautjes bezocht. Ook de
Sinterklaasliedjes werden al in de 17e eeuw gezongen
wanneer kinderen op de avond van 5 dec. hun schoen zetten. In de loop
der tijd kwamen er meer liedjes bij. Een aantal nu nog bekende
liedjes zijn o.a. liedjes van de Amsterdamse onderwijzer Jan
Schenkman (1806-1863).

Opvallend
is ook dat vaak bij folkloristische gebruiken de humor niet
ontbreekt, vaak gebaseerd op een lichte sneer naar gezagsdragers (zie
ook carnaval). In het geval van het Sinterklaasfeest is dit terug te
vinden in een paar al eeuwenoude bekende liedjes. Sinterklaas
kapoentje kun je in die zin opvatten als een verwijzing naar het
celibaat van de bisschop, kapoen betekende in die tijd namelijk
gesneden of gecastreerde haan. Ook bij bonne, bonne, bonne kun je een
lichtelijke vorm van humor terugvinden in het feit dat een Bonne een
kinderjuffrouw was.

Pakjesavond
is vooral een Nederlands fenomeen. In Belgiƫ kent men zoiets niet.
Daar wordt gebruikelijk de ochtend van de zesde december uitgekozen
als pakjesochtend. Liedjes worden daar gezongen op de avond dat
kinderen hun schoentje zetten. Pakjesavond is er al lang niet meer
alleen voor kinderen. Volwassenen geven elkaar, meestal anoniem,
geschenken, al dan niet voorzien van een gedicht of verpakt als
‘surprise’. Vaak wordt door middel van lootjes anoniem bepaald voor
wie men een cadeautje moet kopen. Uiteraard heeft de commercie net
als bij andere feestdagen daar geweldig op in gespeeld en is er
uiteindelijk van de oorspronkelijke bedoeling van het
Sinterklaasfeest niet veel meer overgebleven nl. een kleine vorm van
liefdadigheid van de rijkere voor de arme (kinderen). In deze zin zou
het in elke maatschappij een mooi gebruik kunnen zijn, zo ook in de
Surinaamse.

A.L.
Duscees