Onze
nationale identiteit

Een
aantal jaren geleden zei prinses Maxima dat ze de Nederlandse
identiteit niet gevonden had. Dit naar aanleiding van de roep van een
partij als de PVV dat de Nederlandse identiteit verloren dreigde te
gaan. Dit werd haar niet door iedereen in dank afgenomen. Misschien
had ze wel gelijk, en is Nederland cultureel zo divers dat je niet
kunt spreken van 1 identiteit voor 16 miljoen mensen. Het is dan ook
nog maar de vraag of je nog kunt spreken van ‘de’ Nederlanders of
‘de’ Nederlandse identiteit, want er bestaan grote culturele
verschillen tussen groepen mensen in ons land: er is een sterke
culturele diversiteit, Nederland is een pluriforme samenleving.

Eerst
even wat is identiteit of “eigenheid”. We kennen de persoonlijke,
genetische, sociale, culturele en nationale identiteit. Ik wil het
over onze nationale identiteit hebben.

De
nationale identiteit is onderdeel van de sociale en culturele
identiteit. Omdat men elkaar nooit allemaal persoonlijk kent, maar er
wel een binding gevoeld wordt, lijkt er sprake van een culturele
kennis welke door opvoeding is bijgebracht. Daartoe worden verhalen
gebruikt waarmee men zich kan identificeren, wat tot uiting komt in
nationale geschiedenis, literatuur,
onderwijs en de media, maar ook tradities. Dit proces is mogelijk
door één standaardtaal.

De
overheid heeft in 2007 de Wetenschappelijke Raad voor de Regering
(WRR) gevraagd om een rapport te schrijven over de Nederlandse
identiteit. Niet om voor te schrijven hoe mensen zich met Nederland
en de Nederlandse samenleving zouden moeten identificeren, maar om
aan de behoefte te voldoen om een ‘herkenbare culturele omgeving’
te beschrijven, vooral omdat er zoveel veranderde in de samenleving.
Vanuit dat perspectief is het definiëren van de nationale identiteit
niet alleen belangrijk om migranten(kinderen) de weg te wijzen, maar
ook om een anker voor autochtone Nederlanders met een
identiteitscrisis te kunnen zijn.

Er
is lang gezocht naar wat Nederland typisch Nederland maakt. Vaak
worden genoemd: vrijheid van meningsuiting en levensovertuiging,
individuele zelfbeschikking, solidariteit, actief burgerschap en
respect voor wetten en democratie. Maar dat is niet uniek voor
Nederland, dat geldt ook voor andere landen. Wat wel uniek is, is de
taal. Dat is dan ook ‘het cement’ van de samenleving. Veel andere
manieren en gewoontes die we typisch Nederlands vinden zijn gekoppeld
aan de omgeving en die veranderen continu.

In
2009 is er onderzoek gedaan naar wat zo’n 2000 migranten in
Nederland typerende eigenschappen van de Nederlanders vinden. De
nieuwe Nederlanders waren het opmerkelijk met elkaar eens. ‘De’
Nederlander is ongastvrij, heeft nauwelijks ontzag voor autoriteit,
praat ongegeneerd over seks en heeft aan een half woord nooit genoeg:
we zeggen liefst alles recht in elkaars gezicht.

Ik
moet zeggen dat ik hierin wel wat herken, maar dat is volgens mij
typisch iets van de laatste decennia. Zelf opgegroeid in de jaren 50
van de vorige eeuw was dit heel anders, zonder te willen zeggen dat
het toen beter was, maar er was meer gastvrijheid, respect voor het
gezag was er ook, seks was nog grotendeels een taboe en de eigen
mening werd vaak voor zichzelf gehouden om de ander niet tegen het
hoofd te stoten. Het was wel, door de autoriteit van de overheden en
de kerken, een stuk hypocrieter. In de jaren 60 begon dit te
veranderen en zagen we de contouren van de eerder genoemde huidige
eigenschappen opdoemen. Wat zegt een en ander over onze identiteit ?
Naar mijn mening kan je niet echt over een nationale identiteit
spreken, omdat de culturele en sociale aspecten voortdurend aan
verandering onderhevig zijn. Er blijft dan nog slechts 1 aspect over,
dat is de taal, maar hoelang blijft dat nog, als ik door Amsterdam
loop hoor ik meer Engels dan Nederlands. Op scholen wordt ook steeds
meer les gegeven in het Engels. Kijk ik op facebook of twitter zie ik
ook steeds meer berichtjes in het Engels verschijnen. Wanneer gaat
onze voertaal Engels worden ? Zeker ook als straks Europa misschien
een federale staat wordt. Het Nederlands wordt dan een soort dialect
en dan is ook daarmee deze identiteit verdwenen. Onze handelsgeest,
voetbalopleiding, waterbeheersing, en goede doelen vrijgevigheid, om
er maar eens een paar te noemen, ten spijt kunnen m.i. niet voorkomen
dat we nog van een nationale identiteit kunnen spreken. Moeten we dat
jammer vinden ? Waarom ? Bij de buren is het gras toch altijd
groener. Kankeren op alles en iedereen verdwijnt dan misschien ook
wel als nationale bezigheid. Of toch maar niet ?


A.L.
Duscees