De kampeerder

Het is langzamerhand gewoonte bij me geworden om tijdens de vakantieperiode ook een column aan het fenomeen vakantie te wijden. Dit keer de kampeerder. Ik wil hierbij een onderscheid maken tussen de “trekker” en de “blijver” m.a.w. zij die van plaats naar plaats trekken en zij die gedurende hun vakantieperiode op 1 camping blijvenstaan. Daarnaast is er een onderscheid te maken tussen de luxe, de gewone en de basic kampeerder. De luxe kampeerder is er een die met camper of dure caravan van vele gemakken is voorzien en waarbij je eigenlijk niet van kamperen kunt spreken, maar meer van een huis op wielen, de gewone heeft een simpele caravan of vouwwagen of een wat grotere tent en de basic kampeerder, heeft een klein sheltertje met een éénpits gasstelletje, zij behoren bijna altijd tot de trekkers. Van de gewone kampeerder kun je bijna altijd zeggen dat die tot de blijvers behoren, behalve misschien zij die een kleine tourcaravan hebben. De campereigenaren daarentegen zijn altijd trekkers. Daar ik zelf ook een blijver ben, wil ik me daartoe beperken, soms denk ik wel eens wat doen we onszelf aan, ook al zijn de meeste campings tegenwoordig van electriciteit voorzien, toch verruilen we onze woning voorzien van alle gemakken met een stuk gras waarop we onze caravan of tent neerzetten, sjouwen met gasflessen, bedden en beddegoed, tuinstoelen en tafel, electriciteitssnoeren en waterslangen, potten en pannen en vaak ook nog stukken tapijt. Dit alles met pijn en moeite in caravan en auto ingepakt om het dan na 2 of 3 weken weer met nog veel meer moeite er terug in te krijgen.

Dan ben je natuurlijk als kampeerder ook heel afhankelijk van het weer, heb je veel regen wordt de beperkte ruimte waar je over beschikt tot een kwelling, de spelletjes gaan vervelen, dat boek heb je al 2 keer gelezen en je medegezinsleden worden vervelend vind je. Is het echter beter weer dan ontpopt zich een heel proces op zo’n camping, je bent buiten en ziet van alles om je heen, je kijkt naar en beoordeelt elkaar, je krijgt een goed contact met sommigen of neemt afstand van anderen, tot zelfs je te irriteren aan een enkeling. Dit is een “gemeenschapsproces,” het observeren van je mede kampeerders vanuit je luie ligstoel of bij de ochtendrituelen in het was- en toiletgebouw. Heel nauw speelt ook mee in je beoordeling hoe men met zijn kinderen omgaat. Op grond van je bevindingen neig je dan meer naar de een, dan naar de ander, vaak blijkt dit ook omgekeerd zo te werken.

Ook al is het samen verblijven op zo’n camping van korte duur, toch vormen zich al snel groepjes van mensen die zich tot elkaar aangetrokken voelen, veelal ook door de kinderen die met elkaar spelen. Het gevolg is dan ook dat er na de eerste week de gezamenlijke barbecues zichtbaar worden. Dat is wat het kamperen onderscheidt van hotel vakanties, het gevoel te hebben een klein gemeenschapje te vormen en je sociale leven wat thuis wat weggeëbd was weer wat op peil te brengen. Daarom geniet ik van kamperen, nieuwe mensen ontmoeten en er dan achter komen dat we allemaal eigenlijk alleen maar op zoek zijn naar sociale contacten. Waarom doen we dat thuis ook niet ?

A.L. Duscees