Rituelen en ceremonies

Rituelen bestaan al sinds mensenheugenis. Sociologen en psychologen hebben er al boeken over vol geschreven. Wat belangrijk is, hoe ervaren we het zelf ? Voelen we ons er goed bij of vinden we het ergerlijk ? Dat zal voor een ieder persoonlijk anders ervaren worden, met name bij begrafenissen schijnen we er behoefte aan te hebben, maar er zijn nog vele andere gelegenheden op te noemen waarbij rituelen een belangrijke rol spelen. Vroeger, toen iedereen nog naar een kerk ging werden we opgevoed met de kerkelijke rituelen, maar met de komst van de ontkerkelijking verdwenen die uit het leven, maar kwamen er weer anderen voor terug, we schijnen niet zonder te kunnen. Maar niet alleen op het gebied van de religie, ook in het profane leven bestaan er vele rituelen, alhoewel ook die niet alleen puur rationeel te verklaren zijn. Rituelen zijn voor velen een soort houvast, een soort zekerheid, als dit of dat plaats vind gaan we daar zo mee om en hoeven we ons niet af te vragen hoe we een en ander in ons leven moeten laten verlopen. Als we de rituelen puur rationeel bekijken, zou het in vele gevallen een lachwekkende indruk geven. Gebaseerd op vaak eeuwen geleden geldende gedachten en kennis van die tijd, zijn deze vormen ontstaan.

Het belang wat kennelijk gehecht wordt aan traditie, maakt dat deze oude rituelen nog steeds bestaan, al zeggen de gedachten die er vroeger achter zaten ons nu niets meer. Het decorum wat in vroeger tijden uit het toen gangbare leven is ontstaan, wordt in vele gevallen nog steeds aangehouden (zie bv. pruiken en toga’s bij de Engelse rechterlijke macht). Rituelen gaan bijna altijd gepaard met ceremonies, waarbij vaste volgordes en vaak ook kleding zijn voorgeschreven. Zo was ik afgelopen week bij zo’n ceremonie aanwezig bij het verlenen van een doctoraat. Dit soort ceremonies moeten de plechtigheid van de gebeurtenis benadrukken en ik moet zeggen het heeft wel iets, alleen al de achting die voor de dragers van titels, de hooggeleerden, getoond wordt door het moeten opstaan bij binnenkomst en bij het verlaten van de zaal is een in de gewone maatschappij al lang achterhaalde norm. Dit deed me toch even terugdenken aan de tijd dat in de gewone maatschappij er ook nog een vorm van achting bestond en waar de onderwijzers nog met meester of juffrouw werden aangesproken i.pl.v. bij hun voornaam. Ook de dokter, burgemeester of dominee c.q. pastoor werden met een bepaalde achting begroet. Het slaafse volgen van dit soort gezagsdragers had soms een negatieve uitwerking, maar de achting op zich heeft niets verkeerds. Dat een en ander gepaard gaat met voor de leek vreemde ceremonies, zoals in dit geval een pedel die binnenkomt met een stok met bellen , de scepter en er mee op de grond stampt of de hoogleraren met hun toga’s en mutsen, gaf mij al het gevoel dat hier iets bijzonders aan de hand was en dat is nu ook juist de bedoeling van zulke ceremonies.

“Hora est”. A.L. Duscees