Wellevendheid

Een woord wat mij steeds te binnen schiet als ik soms geconfronteerd wordt met de hufterigheid van mensen in onze tijd. Dit ouderwetse woord gaat terug tot de middeleeuwen en is een stelsel van manieren en gedragingen die waarborgen dat mensen met elkaar omgaan op een manier die maatschappelijk aanvaard is en die positief wordt gewaardeerd (aldus Wikipedia). Door de uitvinding van de boekdrukkunst en de toenemende alfabetisering in de 17e en 18e eeuw konden de wellevendheidsnormen zich steeds meer uitbreiden. Vooral in Frankrijk, maar ook in Nederland verschenen er boekjes over wellevendheidsnormen. Erasmus schreef in 1530 een wellevendheidsboekje voor kinderen, dat in vele talen werd vertaald. Hierop werden nog lange tijd daarna de schoolboekjes gebaseerd, maar die in tegenstelling tot wat Erasmus voorstond, nl. alleen maar nuttig waren in de omgang met elkaar, steeds meer als heel autoritaire voorschriften, verplichte lessen werden op de scholen. Een en ander leidde uiteindelijk tot een verregaande vorm van hypocrisie, waarbij het uiterlijke zichtbare vertoon belangrijk was en het innerlijk taboe was, de triomf van de uiterlijke schijn. Elke uiting van intimiteit was iets verdachts geworden en kwam voort uit het slechte van de mens, dit op grond van de kerkelijke leer van de erfzonde, samen met een grote sociale controle konden de mensen hieraan niet ontsnappen. De goede bedoelingen uit het begin, van datgene wat Erasmus voorstond waren op een vreselijke manier doorgeschoten. Hier moest wel een reactie op komen. Aan het einde van de achttiende eeuw stelde Rousseau dat de wellevendheid een dwangbuis was. Hij schreef het boek Émile ou de l’ éducation, waarin hij pleitte voor het herinvoeren van verloren deugden als een gevoelige en goede natuur. Met een beroep op hart, rede en innerlijk, raadde hij iedereen aan om zich weinig meer aan te trekken van de regels van de wellevendheid. Hij stelde dat vroeger de achting die iemand kreeg, afhing van zijn afkomst, rang en rijkdom. Van hem hoefde men nog maar één regel te volgen: “je tegenover iedereen ongedwongen, bescheiden, open en loyaal te gedragen”. En toch werden de wellevendheidsboekjes niet alleen de hele achttiende maar meer nog in de negentiende eeuw (tot zeker 1850) in steeds toenemende aantallen tot in de verste uithoeken van het land verkocht. Uiteindelijk werd het begrip wellevendheid in de 20e eeuw vervangen door het begrip beleefdheid. In essentie komt beleefdheid neer op respect voor iemand tonen door zijn of haar houding. De vormen van beleefdheid blijken sterk tijdsgebonden. In de jaren vijftig bestond beleefdheid van kinderen tegenover volwassenen er bijvoorbeeld uit dat ze “met twee woorden” moesten spreken. Op een vraag mocht een kind niet eenvoudig met “ja” of “nee” antwoorden, maar het moest zijn “ja, papa” of “nee, meester”. Een andere vorm van beleefdheid die in de loop van de twintigste eeuw grotendeels verloren is gegaan, is het openhouden van een deur voor een dame, hetgeen een welopgevoede heer behoorde te doen. Met de emancipatie van de vrouw werd dit minder op prijs gesteld.

Tot zover een stukje geschiedenis. Nu de dag van vandaag.

De kop boven deze column zou kunnen suggereren dat ik terug wil naar de wellevendheid omdat de eerder genoemde omgangsvorm hufterigheid in onze tijd veel te ver gaat en dit een doorgeschoten vorm van het “ik” tijdperk betreft. Maar de hypocrisie van de hierboven omschreven wellevendheid mag voor mij verleden tijd blijven, wel pleit ik voor terugkeer van een bepaalde vorm van beleefdheid, de ander respecteren in wie hij of zij is en dat ook tonen in de dagelijkse omgangsvormen. Een klein voorbeeld hiervan. Sinds een aantal maanden beweeg ik mij vaker te voet dan voorheen, als ik dan mensen tegenkom of passeer, groet ik altijd door goedendag te zeggen, het aantal mensen dat teruggroet vind ik schrikbarend weinig. Zomaar een kleinigheid binnen onze omgangsvormen daar begint het al. Ik hoop dat de lezers van deze column deze gedachte mee uitdragen zodat er een tegenwicht komt tegen de hufterigheid.

A.L. Duscees