Kleine ergernissen

Zo af en toe wind je je weer eens even op over zaken die eigenlijk al lang normaal zijn, maar het niet horen te zijn. Dat had ik afgelopen week, toen ik met de auto in de buurt van het Cambreur college reed. De school was kennelijk net uit en een stroom van puberale fietsers overspoelde de fietspaden inclusief de naastliggende weg. Ik wil eerst zeggen dat onze Dongense verkeersstromen wat mij betreft goed geregeld zijn, op een paar kleinigheden na. De gastrol welke we als automobilist hebben in de buurt van de Koepelkerk vind ik prima geregeld, de auto is binnen de kern toch al veel te dominant en in dat verband pleit ik er voor om meer gebruik te maken van de fiets of de benenwagen. Soms kom je er echter niet onderuit je daarlangs met de auto te bewegen. De verkeersstromen kunnen echter nog zo goed geregeld zijn, als de verkeersdeelnemers zich niet aan de regels houden werkt het niet.

Ik heb vroeger op school tijdens de lessen van veilig verkeer Nederland altijd geleerd dat je als fietser met niet meer dan twee personen naast elkaar mag fietsen. Is dat misschien veranderd ? Wat ik zag was dat het merendeel van de fietsende jeugd gezellig keuvelend met 3 of zelfs met 4 man naast elkaar fietsten, anderen wilden daar weer voorbij zodat in het ergste geval wat ik zag er 5 naast elkaar reden tot op de helft van de naast liggende weg. Er waren er ook bij die hoewel slechts met tweeën naast elkaar fietsend, elkaar met de schouder probeerden opzij te duwen zodat ook hierbij een flink deel van de weg in beslag werd genomen. Ik kon het niet laten om toen ik wat ruimte had, bij het passeren van zo’n trio even te claxonneren en door het opsteken van twee vingers probeerde duidelijk te maken dat ze met tweeën naast elkaar moesten fietsen. De reactie op deze twee vingers was één middelvinger. Nu weet ik wel dat op dat korte stukje waar ik verplicht werd achter de fietsers te blijven er nog geen minuut tijdwinst kan worden behaald, dus zo erg is dat helemaal niet. Maar mijn ergernis behelst de mentaliteit van een deel van deze jeugdige verkeersdeelnemers, wordt daar geen aandacht aan besteed, dan kunnen dat de latere verkeersdeelnemers worden die denken dat de openbare weg alleen voor zichzelf is. Rekening houden met anderen dient toch al vroeg geleerd te worden, ook in het verkeer. Dat kunnen ook de mensen worden die (nog zo’n ergernis van me) aan het eind bij de kassa van de supermarkt uitgebreid hun kassabon staan te bestuderen zodat de nog niet ingepakte boodschappen ervoor zorgen dat de caissière niet door kan en een lange zuchtende rij mensen, waaronder ik, laat staan wachten. De mentaliteit van ikke, ikke , ikke en de rest kan stikke, lijkt als gevolg van het toch reeds achterhaalde ‘ik’ tijdperk nog steeds volop aanwezig in onze maatschappij. Dat is eigenlijk mijn grootste ergernis.

A.L. Duscees