Lentekriebels

Na
een toch niet zo’n heel strenge winter, begint er zo langzamerhand
iets te veranderen aan de temperatuur en de zonneschijn. Mijn beide
katten begonnen na een winter alleen maar op de bank gelegen te
hebben weer speels te worden. Toen ik afgelopen zondag even in de
tuin zat, begonnen ze door de tuin te rennen, te springen en te
klimmen, allemaal schijnaanvallen op hun zogenaamde prooi. Maar ook
bij mij veranderde er iets, ik kreeg weer zin om van alles aan te
pakken, liefst buiten, en begon dingen te bedenken om een lekkere
wandeling te kunnen maken. De wekelijkse boodschappen welke ik met de
auto haalde, worden nu in gedeeltes per dag gehaald en dan te voet.
Ik weet echter ook dat wanneer ik hieraan weer even gewend ben, er na
een poosje de auto weer aan te pas zal komen. Ik heb dan meer tijd om
in mijn ligstoel in de zon te liggen, want een zonaanbidder ben ik.
Misschien ligt de oorzaak hiervan wel in het feit dat er nog een
beetje spaans bloed in me zit. Een voorouder van moederskant kwam
zo’n 8 à 9 generaties terug nl. uit Spanje.

Ook
de mensen om me heen zijn allemaal vrolijker en veel meer buiten te
vinden. De behoefte aan zonnestralen is kennelijk zo in de mens
ingebakken dat wij samen met de rest van de natuur weer vol zitten
met nieuw leven. En dan natuurlijk voor het mannelijk deel van onze
maatschappij het fenomeen rokjesdag, inmiddels een begrip dankzij
Martin Bril, alhoewel het er deze week nog niet echt uitkwam.

De
sporen van de vroeger zo algemeen bekende voorjaarsschoonmaak zijn
ook nog te vinden, al doen de jongste generaties daar al jaren niet
meer aan, toch zie ik de kriebels voor het opengooien en poetsen wel
terug, zij het in een mildere vorm dan vroeger.

De
gedachte aan een column die ik zo’n 2 jaar geleden schreef komt
naar boven. Die column over de vroegere voorjaarsschoonmaak,
gebruikte ik als metafoor voor de schoonmaak in ons hoofd, welke ik
gezien de maatschappelijke ontwikkelingen erg nodig vond. Jammer
genoeg vind ik dat 2 jaar later nog steeds en misschien nog wel meer
dan toen. Een klein stukje daaruit wil ik dan ook nogmaals onder de
aandacht brengen, nl.

oud
zeer wat op de zolderkamer van onze geest ligt, naar de stort
brengen, het behang van onze vooroordelen eraf trekken en het nieuwe
sausje van begrip op de wanden van ons hart smeren, het vuil en stof,
oftewel de negatieve gedachten uit ons geestelijk bed, waar we zo
graag in blijven liggen, uitkloppen zodat alles weer nieuw lijkt en
we met een open blik, anders naar onze medemens kijken. Kortom het
nieuw ontstane leven in de natuur ook omzetten naar onze natuur.

A.L.
Duscees