Ouderparticipatie
op school

Woensdagavond
werd er over gesproken bij Pauw en Witteman, gisteren stond er een
heel verhaal in de krant, dus kon ik er niet om heen eens na te
denken wat ik daar zelf van vind. Alhoewel ik zelf al jaren uit de
schoolgaande kinderen ben en nog geen kleinkinderen heb, heeft een en
ander natuurlijk te maken met de maatschappij waarin ik leef en raakt
mij dus indirect ook, want goed opgeleide mensen (wat voor opleiding
dan ook) met een evenwichtige structuur zijn het beste voor onze
samenleving. Nu bestaat het gevaar hierover sprekend, een beeld te
schetsen waarbij het lijkt of alle ouders te kort zouden schieten,
dat is dus gelukkig niet zo, maar een bepaalde tendens is m.i. zeker
zichtbaar. Dit is ook mede tot stand gebracht door de overheid welke
jarenlang vanuit het standpunt, iedereen moet dezelfde kansen en
mogelijkheden krijgen, dit gepropageerd heeft vaak met hoge
subsidies.

Nu constateert
de minister dat de participatie van ouders bij schoolgaande kinderen
beter zou moeten. Als eerste kun je je afvragen wat de motivatie is
van mensen om kinderen te willen hebben, het moederinstinct bij onze
vrouwen, maar ook mannen hebben zoiets als een
voortplantingsinstinct, is de basis, hierna volgt de ratio, wanneer
beginnen wij hieraan, eerst carrière maken en zorgen dat we alles
goed voor elkaar hebben, met het gevaar dat je dat niet meer wilt
opgeven, of puur ons instinct volgen en met alle mogelijkheden die er
zijn een kind (laten) opvoeden tegelijk met carrière maken, m.a.w.
het investeringsvermogen wat men heeft spreiden over deze twee zaken.
Iedereen kan begrijpen dat dit soms tot een spagaat kan leiden en
welke keuze maak je dan om daar uit te komen. Het is bekend dat
mensen onbewust vaak het gedrag van hun eigen ouders kopiëren, dus
wat heb jezelf meegekregen als kind, hoe jou ouders dit oplosten of
ga je het bewust anders doen omdat je dit als naar ervaren hebt.
Vanuit mijn eigen kindertijd (jaren 50 vorige eeuw) weet ik dat mijn
ouders, maar dat was de algemene tendens toen, de keren dat er van
school een beroep op hen werd gedaan, zij er waren en vaak ook nog
achter de school stonden als er met mij iets aan de hand was, dus had
ik me misdragen of deed ik niet mijn best, werd mij duidelijk gemaakt
dat dit gedrag niet getolereerd werd, wij zeggen dit voor je eigen
toekomst was altijd het gezegde, ik heb hier later ook het gelijk van
mijn ouders van gezien. Dit is de reden dat dit bij mijn eigen
kinderen eigenlijk op hetzelfde neerkwam.

Als ouders
voelden wij ons betrokken bij de school omdat het om de toekomst,
maar ook om het geluk van onze kinderen ging. Heel wat snipperdagen
zijn er in die periode opgenomen om beschikbaar te zijn voor onze
kinderen, want wat is er mooier voor een kind als dat voelt dat zijn
ouders belangstelling in hem tonen, dat hoort toch normaal te zijn.
Soms heb ik wel eens de indruk dat er situaties zijn waarbij kinderen
er zijn als deel van de inboedel, je hebt een huis je hebt meubels en
je hebt kinderen. In die zin vindt ik het goed dat een overheid
inziet dat hun eigen beleid uit het verleden dreigt mis te lopen en
men probeert dit wat bij te sturen. Als voorbeeld nog de discussie
welke wij in het verleden hadden toen onze kinderen een hond wilden.
Wij hebben ze duidelijk op de consequenties gewezen wat een en ander
inhield, verzorgen, op tijd uitlaten meerder malen per dag en niet
even de deur open zetten maar de tijd nemen er een flinke wandeling
mee te maken en dat elke dag opnieuw, hoeveel meerdere en grotere
consequenties geeft het niet als het om onze kinderen gaat, 24 uur
per dag dienen zij voorop te staan als het om onze aandacht gaat en
daar hoort ook hun schoolopvoeding bij.

A.L.
Duscees