Consequent met ons geweten ?

Afgelopen week
deed zich een fenomeen voor op de A2 bij Stein. Een snelweg is nog
nooit zo snel schoongemaakt van verloren spullen als toen. Het betrof
hier een geldtransportauto die een cassette had verloren en waarbij
de inhoud (papiergeld) over de weg verspreid lag.

In no time was de
weg weer schoon. We konden het zien op tv of op foto’s in de krant
hoe de mensen graaiden om zoveel mogelijk geld in hun zakken te
steken. Nu is echter de vraag hoeveel van die mensen zijn zo eerlijk
om bij de politie aan te geven dat ze geld gevonden hebben ? De
autoriteiten hebben al waarschuwingen laten horen dat de serienummers
van de biljetten bekend zijn en dat vele mensen op film of foto’s
staan. Of die serienummers ook werkelijk bekend zijn is maar de vraag
en dat er een aantal mensen op beeld staan is wel zeker, maar het
lijkt me vooralsnog meer een schot voor de boeg om de geldrapers bang
te maken voor eventuele consequenties, want zo zegt men, als je het
niet aangeeft is het diefstal. Ik vroeg me af wat ik zou doen en dan
zonder dat er van het voorgaande sprake zou zijn, dus als er geen
serienummers bekend en geen foto’s gemaakt zouden zijn. Als ik heel
eerlijk ben is mijn eerste gedachte een onderscheid maken op een paar
factoren, ten eerste zou ik erachter willen komen waar het geld
vandaan kwam, zou het van een criminele organisatie afkomstig zijn,
denk ik dat ik het gewoon in mijn eigen zak zou stoppen en niets
zeggen, ten tweede is het, zoals in dit geval, afkomstig van banken
of bedrijven zou ik voor een paar tientjes ook niets zeggen, maar zou
het een beduidend groter bedrag zijn, zou ik het wel aangeven, nog
afgezien van een eventueel vindersloon. Waarom maak ik nu in eerste
instantie dat onderscheid ? Als ik mezelf de vele waarom vragen stel,
zoals ik bijna altijd doe, kom ik tot de conclusie dat het de zucht
naar meer of extra geld, of hebberigheid en ongeduld is, want nu kan
ik iets kopen waar ik anders nog lang voor moest sparen, dit zal de
oorzaak zijn dat ik smoesjes zoek om voor mezelf te rechtvaardigen
dit geld te kunnen houden. Toch weet ik dat ik eigenlijk moet zeggen,
iets wat niet van mij is wil ik niet voor mezelf houden, al heeft het
maar een waarde van een paar dubbeltjes. Dit heeft met mijn geweten
te maken. Om
van een geweten te kunnen spreken, moet er een besef zijn van goed en
fout. Wanneer dit besef niet aanwezig is, kan men hierop geen beroep
doen. Ons geweten is een aangeleerde, ingeschapen of ingeboren
ethische norm. In onze opvoeding wordt het geweten ontwikkeld omdat
de ervaring leert dat menselijke neigingen erdoor in toom gehouden
kunnen worden. Bij bepaalde persoonlijkheidsstructuren (bijvoorbeeld
bij psychopaten of pathologische narcisten) ontbreekt vaak dit besef
van goed en fout en bijgevolg ook (een stuk van) het geweten. Ook bij
jonge kinderen
dient
dit besef, dus een geweten, nog te ontwikkelen. Vermoedelijk begint
het geweten zich te vormen rond de leeftijd van drie jaar. Daar ook
ontstaan al de eerste haarscheurtjes door bijvoorbeeld het sprookje
van sinterklaas, we leren daarmee dat er uitzonderingen zijn en
smoesjes mogen vertellen die ook nog eens worden beloond met
kadootjes. In die zin zie ik ook de smoes die beloond wordt door het
gevonden geld. M.a.w. hoe consequent ben ik ten aanzien van mijn
eigen geweten, want mijn geweten zegt me dat het niet van mij is en
ik er geen recht op heb.

Daar
moet ik, en velen met mij zo schat ik in, nog maar eens goed over
nadenken.

A.L.DUSCEES