Bijscholing

Wanneer je geen schoolgaande kinderen meer hebt, bestaat er gerede kans dat je rekenfouten gaat maken. In tegenstelling tot taalvernieuwingen welke duidelijk gecommuniceerd worden en die in het groene boekje zijn opgenomen, worden wijzigingen in het rekenen of de wiskunde alleen op de scholen bekendgemaakt. Je moet dan zelf alert zijn en bv. op internet gaan zoeken, maar wie gaat er nu van uit dat datgene wat jezelf vroeger op school geleerd hebt, veranderd is. Ik kwam daar toevallig achter door een grappig rekensommetje wat ik langs zag voorbijkomen op facebook en waar nogal verschillende antwoorden op kwamen. Bij wikipedia zag ik de wijzigingen staan ten opzichte van wat ik zelf geleerd heb. Het sommetje luidde als volgt: 1+1+1+1+1+1+1+1+1+1-1+1+1+1+1+1+1×0= ? De antwoorden die ik voorbij zag komen waren 0, 4, 14 en 16.

Meneer van Dale wacht op antwoord, is de bewerkingsvolgorde die we op school geleerd hebben. De beginletters staan dan voor Machtsverheffen – Vermenigvuldigen – Delen – Worteltrekken – Optellen en Aftrekken. Eigenlijk moet daar nog de H voor Haakjes vóór staan. Echter deze volgorde is ouderwets en dus achterhaald, de nieuwe volgorde welke in de huidige wiskunde geldt is: Hoe moeten wij van de onvoldoendes afkomen ? Oftewel Haakjes – Machtsverheffen – Worteltrekken – Vermenigvuldigen – Delen – Optellen en Aftrekken. Het worteltrekken is hierbij naar voren gehaald maar ook zijn bewerkingen gelijkwaardig geworden nl.

-machtsverheffen en worteltrekken

-vermenigvuldigen en delen

-optellen en aftrekken

-Gelijkwaardige bewerkingen worden van links naar rechts uitgevoerd.

-Bij de achterhaalde volgorde was delen dus ondergeschikt aan vermenigvuldigen

-12 : 4 x 3 was 1, terwijl dat nu 9 is. Worteltrekken stond opmerkelijk laag. √ 4 x 3 was √(12), terwijl het nu 6 is.

-Bij het sommetje was de uitkomst in de oude volgorde dus 4, in de nieuwe volgorde is het 14.

Degene die op 0 uitkwamen hebben dus helemaal geen bewerkingsvolgorde gebruikt en degene die op 16 uitkwam heeft het minnetje niet zien staan.Had men de uitkomst volgens de oude volgorde willen hebben nl. 4, dan hadden haakjes gebruikt moeten worden (1+1+1+1+1+1+1+1+1+1)-(1+1+1+1+1+1)+(1×0).

Ook hiermee kom ik er opnieuw achter, dat regels en normen welke ik vroeger geleerd heb en altijd als vaststaand heb aangenomen, toch gedateerd blijken te zijn, maar geldt dat niet voor alles in onze maatschappij ? Overigens vind ik het nieuwe ezelsbruggetje mooi gevonden.

A.L. Duscees