Naar aanleiding van
opmerkingen welke ik laatst hoorde wil ik het deze keer hebben over vakmanschap
in de journalistiek. Binnen de journalistiek is er ook veel “pulp,” echter het gaat mij om de betere
journalistiek en dan met name over een onderdeel daarvan, het interview of
vraaggesprek. Binnen de journalistiek is het begrip de vijf W’s heel bekend,
dit zijn topische vragen, welke de basis vormen voor een goed interview, deze
vijf W’s staan voor wie, wat, waar, wanneer en waarom. Bij een goed geschreven
interview zullen de antwoorden op deze vragen altijd terug te vinden zijn, maar
ook voor een goed vraaggesprek op tv zullen die in een of andere vorm te
herkennen zijn. Het doel van de journalistiek is uiteraard om nieuws te
brengen, dus om iets bekend te maken wat tot dan toe nog niet bekend was of
verborgen bleef. Soms wil een geïnterviewde het achterste van zijn tong niet
laten zien of wil zaken verborgen houden, het is dan de taak en de kunst van de
interviewer om dit naar boven te halen. Dit kan op verschillende manieren, een
goede interviewer zal vooraf goed onderzoek gedaan hebben naar de persoon of
het onderwerp en weet dus wat hij in dat interview naar voren wil laten komen,
hij kan dan recht op zijn doel afgaan door de harde confrontatie, of juist
proberen via sympathie de geïnterviewde op zijn gemak te stellen, waardoor hij
bereid is wat meer van zichzelf bloot te geven, ook kan hij voor advocaat van
de duivel spelen of de methode van herhaling hanteren, de interviewer herhaalt
het laatst gezegde in vragende vorm, dit is voor de geïnterviewde vaak een cue
om dieper op het onderwerp in te gaan. Als kijker of lezer moet je wel rekening
houden met de kennis die je hebt over de interviewer, wil deze zo neutraal en
objectief mogelijk te werk gaan of doet hij dit vanuit een becommentariërende
positie omdat hij van een bepaalde visie of stroming uitgaat. Bv. Knevel en van
de Brink vanuit een christelijke visie of Pauw en Witteman als VARA coryfeeën.
Als je als kijker of lezer hiermee geen rekening houdt kun je je wel eens
ergeren aan zo’n interview omdat het niet strookt met je eigen visie of
opvatting. Maar voor elk goed interview wat iets los krijgt geldt: een goede
interviewer brengt zijn gast in een ongemakkelijke positie en geeft hem het gevoel
daaruit alleen te kunnen ontsnappen als hij precies zegt wat de interviewer wil
horen. Kun je daar als kijker of lezer niet tegen en voel je jezelf ook
ongemakkelijk zoals bij de opmerkingen welke ik hoorde en die aanleiding waren
voor dit stukje, moet je het niet lezen of er niet naar kijken. Het zegt niets
over het vakmanschap van de interviewer.

A.L.
Duscees