Onlangs ving ik een gesprek
op tussen 2 jonge mensen die met elkaar aan het discussieren waren over
intelligentie. Ze dachten daar behoorlijk verschillend over, ik heb daarna
mezelf afgevraagd wat ik onder intelligentie versta en heb uiteraard daar ook
het een en ander over gelezen. De vragen die ik mezelf stelde waren: is een
hoge opleiding het kenmerk van intelligentie, of een geslaagd zakenman ? Kan je
ook van iemand zeggen die adrem is dat hij intelligent is of iemand die erg belezen
is moet wel intelligent zijn. Zo zijn er nog meer vragen te stellen. In de
psychologie worden een aantal zaken aangegeven die onder intelligentie moeten
worden verstaan. De Amerikaanse psycholoog Wechsler definieerde intelligentie
eenvoudig zo: Intelligentie is het vermogen doelgericht te
handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te
gaan. Twee Nederlandse onderzoekers
benoemden het alsvolgt: relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien,
problemen kunnen oplossen, regels kunnen ontdekken in schijnbaar ongeordend
materiaal, met bestaande kennis nieuwe taken kunnen oplossen, zich flexibel kunnen
aanpassen in nieuwe situaties, zelfstandig kunnen leren zonder directe en
volledige instructie nodig te hebben. Ongetwijfeld allemaal waarheden
maar in hun verdere uitleg nogal psychologisch gepraat. Hieruit voortkomend
komen ook tal van IQ testen, zoals bv. op TV ik heb wel enkele bezwaren tegen
dit soort tests, ze zijn m.i. teveel gebaseerd op verworven kennis. Als je echt
een intelligentie quotient van iemand wil krijgen, dien je het verstandelijk
vermogen op een heel andere manier te testen. De onderdelen taal en rekenen
dienen dan anders en veel minder prominent aanwezig te zijn in zo´n test. Je
moet dan testen op cognitieve intelligentie.

Cognitief is betrekking
hebbend op het (leren) kennen, en intelligentie is het verstandelijk vermogen.
M.a.w. het vermogen van iemand om snel of minder snel iets te leren of aan te
leren c.q. inzicht te krijgen. Daar zijn de onderdelen zoals geheugen en
ruimtelijk inzicht van grotere betekenis voor dan de al opgedane kennis van
taal en rekenen. Hiermee wil ik aangeven, dat mensen, die om wat voor reden dan
ook, geen scholing of bijna geen scholing gehad hebben, ook best zeer
intelligent kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan heb ik in mijn eigen familie
gezien. Mijn opa van moeders kant was landarbeider oftewel boerenknecht vanaf
zijn 14e. Hij heeft 8 jaar lagere school gehad en daar moest het bij
blijven, want er was in de eerste plaats geen geld om te leren en er moest geld
binnen gebracht worden. Dit heeft hem er niet van weerhouden om inzichten en
kennis te verwerven door alles te lezen wat er te lezen viel in die tijd en op
een bepaald moment kon hij de stap maken om als zelfstandig handelaar in vlas
zijn brood te verdienen. Ook binnen het kerkbestuur waar hij toentertijd in zat
is door vele verhalen gebleken dat hij qua kennis vaak de dominee, die toch een
universitaire opleiding had, versloeg. Uit dit alles blijkt m.i. dat deze opa
zeker een zeer intelligent man was, ondanks weinig scholing, maar met het
vermogen iets snel te leren en in zich op te nemen. Zijn verstandelijke
vermogens waren zeker zeer hoog, wat niet uit zijn sociale status bleek, want
het is altijd een arbeidersgezin gebleven. Conclusie uit dit alles is, dat IQ
testen zoals op TV m.i. weinig toevoegen aan het begrip wat of wie is
intelligent.

A.L.
Duscees