Ik kom het nogal eens tegen,
dat mensen tegen me zeggen, jij bent nogal filosofisch ingesteld, afgezien van
de vraag wat ze er precies mee bedoelen, moet ik toegeven dat ik inderdaad
nogal een denker ben. In mijn geval vindt ik het woord denker beter op zijn
plaats. In de eerste plaats omdat ik geen wetenschapper ben en in de tweede
plaats omdat filosofie de studie is naar de
betekenis en geldigheid van ons denken en onze overtuigingen omtrent de meest
algemene en universele aspecten van het bestaan. Zover gaat het bij mij niet,
het denken of nadenken bij mij omvat eigenlijk alleen steeds weer de vraag
stellen “waarom ?” Ik heb dit in de loop der jaren door mijn vrouw, die vanwege
haar toenmalige beroep, en haar studie daarvoor deze vraag steeds weer moest
stellen, me ook eigen gemaakt. Binnen ons huwelijk waren er net zoals bij ieder
ander, regelmatig diepgaande gesprekken over het hoe en waarom van ons beider
handelen en voelen. Wij gingen daarin heel ver door de oppervlakkige antwoorden
door te prikken door steeds opnieuw naar het waarom te vragen. Je ontdekt dan niet
alleen bij jezelf, maar ook bij de ander, de werkelijke drijfveren die aan ons
handelen, voelen of denken ten grondslag liggen en dat was soms heel
verrassend. Het heeft ons in ieder geval geholpen een diepgaand begrip voor
elkaar op te brengen. Maar deze waarom vraag stel ik niet alleen binnen onze
relatie maar dat doe ik in bijna alles, dat kan gaan van uitspraken van bv een
politicus, tot bekende begrippen of cliché’s welke wij normaal voetstoots
hanteren of aannemen. Dit heeft me in de jaren erg geholpen om tot een bepaald
oordeel over iets te komen of inzicht te krijgen en zodoende mijn standpunten
te bepalen. Standpunten die overigens voor anderen discutabel kunnen zijn, maar
mij een goed gevoel geven omdat ze werkelijk bij mezelf horen en bij mezelf
vandaan komen. Steeds die waarom vraag stellen maakt wel dat er in je leven
weinig ruimte over blijft om iets te geloven, omdat je steeds op zoek blijft
naar het willen weten, want daar waar het weten achterwege blijft vult het
geloven dat in. Hoe vaak wordt niet gezegd: “Ik geloof dat……, of ik vind dat……”
Ik vraag me dan altijd af waarom geloof of vind je dat, met nog heel veel
waarom’s daarna. Veel jonge kinderen kunnen dit van nature al goed, leergierig
vragen ook zij steeds naar het waarom, ik weet nog uit de tijd toen mijn
kinderen opgroeiden dat ik wel eens met mijn mond vol tanden stond als ze
doorvroegen naar voor ons vanzelfsprekende zaken. Jammer dat dit vragen naar
het waarom in vele gevallen bij het volwassen worden weer verloren gaat. Ik heb
het me opnieuw eigen gemaakt. Als men dit als filosofisch beschouwd, ben ik
inderdaad filosofisch ingesteld.

A.L. Duscees