Bij het woord gebarentaal, denk
ik in eerste instantie aan een communicatiemiddel voor doven, of anders gezegd
mensen met een auditieve beperking. Ik werd er onlangs door mijn vrouw op
gewezen dat gebarentaal in onze maatschappij ook in het leven van alledag vele
vormen kent. Meer nog, gebarentaal is in veel gevallen een versterking van onze
communicatie. De opmerking van mijn vrouw ontstond doordat ze in de auto
gezeten tot driemaal toe met gebarentaal werd geconfronteerd. Eerst door een
fietser die zijn middelvinger opstak naar een automobilist die voor haar reed
omdat hij moest remmen. Door dit gebaar zei hij wat hij van die bestuurder
vond. De tweede keer bedankte een overstekende vrouw haar door haar hand op te
steken, omdat ze voor haar stopte. En de derde keer werd ze geconfronteerd met
iemand die haar vertelde dat ze uit moest kijken doordat hij met zijn
wijsvinger op de onderkant van zijn oog wees. Ze dreigde namelijk bijna een
fietser te snijden. Op een heel kort ritje was er tot 3 x toe, duidelijke
communicatie geweest door gebaren. Gebarentaal valt eigenlijk niet onder non-verbale
communicatie, want gebaren staan vaak voor woorden of versterking daarvan,
terwijl non-verbaal staat voor “zonder woorden.” Onze non-verbale communicatie stelt ons in
staat dingen te zien, dus te weten van elkaar zonder dat er over gesproken
wordt, een heel simpele is onze gezichtsuitdrukking, kijkt iemand boos of blij
of verschrikt enz., maar ook andere lichaamstaal zegt van alles over ons, zei
het dat je daar dan wel iets van moet afweten, in de psychologie is dit een
heel bekend iets. Hierover zou heel veel verteld kunnen worden, maar ik wil me
nu beperken tot de gebaren. Het is algemeen bekend dat gebaren die in ons land
gebruikt worden in andere landen weer een heel andere betekenis kunnen hebben, in Zuid-Amerika ervaart men het als een zeer obscene
belediging wanneer met de wijsvinger en de duim een cirkel gemaakt wordt, op die
manier wordt een lichaamsopening aangeduid. Ditzelfde gebaar kennen wij juist
in de betekenis van “OK!, goed!” Je kunt dit voor ons complimenteuze
gebaar dus maar beter niet maken tegen een Braziliaan, dus oppassen in het buitenland, maar ook in ons eigen
land zijn er gebaren die alleen door
bepaalde bevolkingsgroepen gebruikt worden en bij anderen weer niet bekend
zijn. De tegenwoordige straattaal kent ook zijn eigen gebaren, straattaal is de mengtaal die jongeren van verschillende culturele
en sociale achtergronden in het dagelijks leven spreken op school
en op straat. Ook binnen kloostergemeenschappen is het
gebruik van gebaren bekend als zogenaamde kloostergebarentalen. Monniken die een
gelofte van stilte hebben afgelegd, gebruiken gebaren om toch te kunnen
communiceren. In veel gevallen gaat het gebaar soms voor het gesproken woord,
roep bv. in een café maar eens naar de ober “twee bier” en steek daar 3 vingers
bij omhoog. Gegarandeerd dat je drie bier krijgt. Als we alle facetten van
gebaren eens goed onder de loep nemen zoals ondersteunende en illustrerende
gebaren bij sprekers, gewoontegebaren bij begroetingen, symbolische gebaren
zoals o.a. het “V” teken, of de vele obscene en scheldgebaren, kom je tot de
conclusie dat de oercommunicatie van de mens zoals dat in de dierenwereld nog
steeds het communicatiemiddel is, ook bij ons nog steeds een belangrijke plaats
inneemt, ondanks onze mogelijkheid met het gesproken of geschreven woord veel
meer te nuanceren en achtergronden van onze denkwereld te belichten. Toch
blijft deze oercommunicatie een grote rol spelen en versterkt in veel gevallen
het gesproken woord, terwijl we ons dat niet altijd bewust zijn.

A.L.
Duscees