Zo af en toe overvalt me de
meligheid wel eens, voornamelijk als ik op hyves of facebook opmerkingen
voorbij zie komen van vrienden, ik krijg dan de nijging met een flauw grappige
woordspeling daarop te reageren. Het gevolg is meestal dat dit weer opgepikt
wordt door anderen en zo ontstaat er een vorm van meligheid, waarbij af en toe
ook zeer spitsvondige opmerkingen gemaakt worden.

Zo heet mijn zoon Emanuel,
maar wordt ook vaak Maan genoemd, na een avondje flink stappen stond hij de
volgende ochtend op met een flinke kater, en werd vervolgens tot maankrater
gebombardeerd. Of iemand die ging zeilen werd gewaarschuwd voor een
bijna-boot-ervaring. Meligheid ontstaat bijna altijd als je niets beters om
handen heb, m.a.w. je eigenlijk verveelt. En verveling is dan weer het gebrek
aan prikkels. “Verveling is het verlangen naar verlangens”, schrijft Tolstoi ergens in Anna
Karenina. Niet weten wat te doen is een ongedurigheid die kan resulteren in
baldadigheid of zelfs vandalisme. Je zou meligheid dus een bepaalde vorm van
baldadigheid kunnen noemen, wat gelukkig niet zo ver gaat als vandalisme. Vaak
krijg je in een melige situatie ook de “slappe lach,” maar dat werkt meestal
alleen als je met meerderen bent, omdat het de imitatiedrang van mensen is bij het zíen lachen van een ander
persoon. Zo gaan iemands mondhoeken automatisch omhoog, bij het kijken naar een
persoon die lacht. De veroorzakers zijn hersencellen met de toepasselijke naam
spiegelneuronen. Die zorgen ervoor dat als een persoon iemand anders iets ziet
doen, hij of zij automatisch – alleen in gedachten of zelfs qua bewegingen –
dezelfde handeling uitvoert. Britse onderzoekers denken dat deze drang tot
imiteren kenmerkend is voor dieren die in groepen leven, zoals mensen en apen.
“Die vergemakkelijkt de sociale interactie en schept een band tussen
mensen”, schrijven ze in Journal of Neuroscience. Om niet al te
ingewikkeld te eindigen, hier nog een tweetal uit meligheid ontstane
opmerkingen. Zo werd een vogelaar toegedicht te geloven in reïnkanarie, en
noemde een ander een apocalyppo-ijsje het einde. Als ik er goed over nadenk kan
meligheid op zich best weer een prikkel zijn om scherp te zijn in het bedenken
van dat soort opmerkingen en lost ons brein de situatie van verveling zelf weer
op. Wellicht een nieuw onderzoeksgebied voor de neuro wetenschap.

A.L.
Duscees