Ik
ben nog van de generatie die vroeger op typeles ging, hetzij via de school of
particulier. Deed je een middelbare of hogere opleiding was de kans groot dat
je op kantoor terecht kwam, dus was typeles een must. Als ik me goed herinner
moest men toen het minimale aantal van 180 aanslagen per minuut halen, toen ik
later in militaire dienst bij de verbindingsdienst kwam kreeg ik opnieuw
typeles nu moest blind getypt worden met zover ik weet minmaal 220 of 240
aanslagen per minuut. Alleen mijn oudste kinderen hebben ook nog typeles gehad,
de jongere niet meer. Bij de komst van de computer bleken de kinderen dit
allemaal zelf zo gemakkelijk op te pakken dat mijn dochter mij qua typesnelheid
dik verslaat, of ze de vingerzetting volgens de voor ons geldende regels nu wel
of niet gebruikt, dat maakt helemaal niet uit. Zelfs met 1 of 2 vingers sms’en gaat bij de jeugd razendsnel. Hieruit blijkt hoe
het kinderbrein enorm flexibel is wanneer het maar voldoende geprikkeld wordt
en het de mogelijkheden heeft om met allerlei dingen te experimenteren. Datzelfde
kinderbrein komt ook met vragen en opmerkingen waarvan wij achteraf zeggen
eigenlijk heel logisch. Zo vroeg een van mijn kinderen eens aan mij toen ik zei
dat ik nog even langs het gemeentehuis moest, “Papa waarom is de gemeente
gemeen” ? Een logische vraag als je het woord oppakt als twee woorden (gemeen
tehuis) Maar niet alleen het kinderbrein is flexibel en kan alle kanten nog op,
ook het brein van de volwassene is tot heel veel in staat, het mag dan zo zijn
dat afgestorven hersenweefsel niet meer terugkomt, maar de mens heeft zo’n
enorm potentieel aan capaciteit dat het regelmatig voorkomt dat na hersenletsel
andere hersengebieden de taken weer over kunnen nemen, zij het na langdurige revalidatie.
Zelfs heb ik op tv wel eens een reportage gezien van iemand die een complete
hersenhelft miste, maar toch kon functioneren. Er blijkt gewoon veel meer
mogelijk te zijn dan we tot nu toe vermoeden, de wetenschappers welke aan
hersenonderzoek doen zeggen zelf, we staan nog maar aan het begin van de kennis
over het brein en men weet al zo veel vind ik. Van nabij weet ik hoeveel vragen
er nog zijn bij gespecialiseerde wetenschappers welke op allerlei gebied het
brein trachten te doorgronden. Zo is mijn zoon met een onderzoek bezig voor
zijn proefschrift, naar de moleculaire en biologische veranderingen in de
hersenen bij mensen met chronische pijn. Dit alles met als doel therapeutische
strategieën te ontwikkelen ten behoeve van het menselijk welbevinden, maar ook
van de kennis over onszelf. Chirurgische ingrepen, hetzij met verfijnde
apparatuur, hetzij met weer betere medicijnen staan nog maar aan het begin, gelukkig
blijft men zoeken want, ons brein is ons
leven.

A.L. Duscees