In een bijlage van mijn dagblad las ik afgelopen week een
artikel over scheldwoorden, met name over de ziektes die daarbij gebezigd
worden. Mijn moeder zei vroeger altijd tegen ons, schelden is een gebrek aan
woorden, maar daar ben ik het maar ten dele mee eens. Waar komt schelden uit
voort ? Naar mijn mening uit de emotie van boosheid of kwaadheid en uit een
emotie welt iets op wat je op dat moment niet echt in de hand hebt, vaak is het
zo dat het onderbewuste die emotie aanstuurt. Boos wordt je, als dreigt dat je
iets niet meer in de hand hebt of zelf niet meer kan sturen, er iets gebeurd
wat jij niet wilt, of er anders naar je gekeken wordt dan je naar jezelf kijkt.
Ook kwalijke zaken van en door mensen kunnen je boos maken, maar in wezen komt
dit allemaal op hetzelfde neer, nl. angst voor inbreuk op je eigen leventje of
je eigen gedachtenwereld, je voelt je op een of andere manier bedreigt. In mijn
visie komt boosheid dus voort uit angst, angst waarvan je je niet altijd bewust
bent en het frappante is dan, dat deze angst vertaald wordt in de scheldwoorden
die gebruikt worden. In het artikel wordt gewag gemaakt van het feit dat de van
oorsprong scheldwoorden in het hedendaagse taalgebruik al gemeengoed zijn
geworden en zeker door de jeugd als stoer wordt ervaren. Een kankerleuk feest
klinkt voor hun net even wat anders dan een leuk feest. Volgens ditzelfde
artikel is Nederland het enige land wat terminale ziektes gebruikt om mee te
schelden. Waren het vroeger vooral woorden als pest, pokken, tyfus of kolere
(cholera), tegenwoordig is kanker het scheldwoord bij uitstek, meer nog dan de
vanouds bekende vloek gvd. Dit staaft ook mijn visie dat (onbewuste) angst voor
iets, de woorden voortbrengt waarmee je je boosheid uit, in tegenstelling tot het
bezigen van sexueel getinte schuttingwoorden of het woord homo welke puur
gebruikt worden om een ander te kwetsen of om zogenaamd stoer te doen. M.a.w.
werden vroeger mensen gelovig opgevoed of het nu katholiek of protestant was,
daar zat altijd een vorm van straf aan vast, hemel of hel, of God ziet alles.
Onderbewust had men dus een bepaalde angst voor God, niet gek dus dat in die
tijd het woord gvd veel vaker gebruikt werd dan nu, immers het geloof is sterk
teruggelopen in Nederland, dus angst voor God is er ook veel minder. Daarom ook
dat het goed te verklaren is dat de angst van mensen in onze tijd tot
uitdrukking komt in het woord kanker. Dat men daarmee een flink aantal mensen
pijnlijk raakt, doordat ze een dierbare verloren zijn door deze ziekte of hier
zelf door getroffen zijn, wordt vaak op zo’n moment niet beseft. Ik denk dat we
al een heel stuk verder zijn, als we ons bewust zouden zijn van onze onbewuste
angsten, zelfreflectie kan schelden vóór zijn.

A.L. Duscees