Door de soap rondom het proces van Wilders, heb ik me
afgevraagd tot hoever ik het zelf acceptabel vind wat men onder de noemer
vrijheid van meningsuiting verstaat. Wat kan, maar vooral hoe, mag er naar mijn
mening iets gezegd worden over anderen, zonder ze daarbij te discrimineren.
Discrimineren is het maken van onderscheid tussen mensen en/of groepen, wat het
grondbeginsel dat alle mensen gelijk zijn, in de weg staat. Dit is sowieso voor
mij onacceptabel. Maar hoe ver wil ik gaan in het moedwillig beledigen van
mensen, dus een krenkende uiting die iemands eer en goede naam kan aantasten.
Ik kwam erachter dat ik daar heel erg ver in zou willen gaan en niet alleen
omdat het beledigd worden bij mensen heel erg divers opgevat kan worden, de een
raakt het, de ander niet, maar ook omdat er een humor cultuur bestaat waarin
mensen of groepen op de hak worden genomen die ik niet graag kwijt zou raken,
zonder hierbij over goede smaak te willen praten. Nu kan onder het kopje humor
heel erg veel verstaan worden, althans dat doen we over het algemeen, immers
satire, cynisme, ironie en sarcasme noemen we voor het gemak allemaal humor.
Toch zitten daar grote verschillen in, satire zou je kunnen omschrijven met ‘op
geestige wijze de spot drijven’ dit kan zowel agressief als cynisch gebeuren.
Cynisme komt voort uit wantrouwen en wantrouwen kan een gevolg zijn van
vooroordelen. Dan hebben we ook nog de ironie waar een paar verschillende
vormen onder vallen zoals de omkering, het met opzet tegengestelde zeggen van
wat men bedoeld, of de overdrijving, het met opzet vergroten van iets, of het
understatement, het met opzet verzwakken van iets. Al deze vormen van “humor”
vind ik acceptabel en ik beleef daar soms, als het goed gebracht wordt, veel plezier
aan. Echter is er een vorm waar ik meer moeite mee heb en dat is het sarcasme,
zo je dit al onder humor wilt verstaan. Sarcasme is een agressieve en altijd
aanvallende bijtende spot, bedoeld om pijn te doen. Vooral met dit laatste,
bewust iemand echt pijn willen doen, heb ik moeite, maar ik realiseer me ook
dat je geen wet kunt maken waarin sarcasme verboden wordt. Kortom alles mag
gezegd worden, blijft er alleen de kwestie van goede smaak in onze
omgangsvormen met elkaar. In het geval Wilders zal m.i. alleen het
discrimineren bewezen moeten worden om te kunnen veroordelen, voor de rest mag
ook hij alles zeggen. Maar ironisch afgevraagd …… goede smaak ?

A.L. Duscees