Dit niet zo heel vaak
gebruikte woord, kwam in mij op toen onlangs bij mijn dagblad een
autospecial zat, deze stond vol auto’s
welke waarschijnlijk alleen de hele rijken zich kunnen permitteren en ik weet
dat er vele mannen zijn en misschien ook wel vrouwen die er van dromen in zo’n
auto te kunnen rijden. Er zich aan vergapen dus. Ik heb zelf niet zoveel met
auto’s en ik vroeg me dan ook af, wat heeft het voor nut om voor de meeste
abonnees van je krant zulke onbereikbare dingen voor te schotelen. Ik weet het
eigenlijk wel, het is niets anders dan een commercieel belang voor de krant,
immers men weet dat een grote mannelijke doelgroep zo’n special zeker leest,
wat weer een reden is voor garagebedrijven
om hier met een advertentie in te willen staan. Een goede marketing
strategie dus voor de advertentie afdeling van de krant. Zij het dat ik mezelf
dan niet vergaap aan zo’n autospecial, ik kan me wel herinneren dat ik me ooit
als kind ook eens heb staan vergapen bij een Sinterklaas etalage, waar elektrische
treintjes langs berglandschappen en dorpjes rondreden, en waar ik met m’n neus
tegen de etalageruit de tijd vergat en te laat thuis kwam voor het eten. Ik heb
het dan over begin jaren vijftig toen dat voor de meeste kinderen ook nog een
onbereikbaar iets was. Ook in dat geval was het zo, dat alleen kinderen van
rijke ouders dit soort cadeaus kregen. Je aan iets vergapen blijkt dus een
soort verlangen naar iets onbereikbaars te zijn. Zo zijn er nog vele
voorbeelden te noemen waarbij dit geldt. Als mannen vergapen wij ons soms aan
mooie modellen of filmsterren, ook vrouwen kunnen dit overigens, hoeveel wordt
er ons niet voorgeschoteld op tv of in de reklamewereld waar we ons aan
vergapen, of van dromen ? Volgens het Van Dale woordenboek betekent vergapen:
‘verwonderd kijken naar, zonder te begrijpen’ Het is de reklamewereld die ons
als het ware dwingt om aan de “gewone” verwondering, de normale dingen van alle
dag voorbij te gaan. De verwondering die je zou moeten hebben voor de onbegrijpelijke
dingen in de natuur welke je dagelijks tegenkomt. Een prachtig geweven web van
een klein spinnetje wat je ’s morgens op de struiken naast je tuinpad tegen
komt, of een rups die zich ontpopt heeft tot een prachtig gekleurde vlinder, of
kijk bij helder weer ‘s avonds eens naar de hemel de oneindige onbegrijpelijke
uitgestrektheid van het heelal. Zo is er zoveel waar we dagelijks aan voorbij
lopen en waar we ons niet meer aan vergapen. Zo heel af en toe vergaap ik me
nog wel eens aan m’n vrouw en kinderen, verwonderd en niet begrijpend hoe zij
mij nog steeds liefhebben. Dit soort vergapen aan je dierbaren wens ik iedereen
toe, want dat getuigt van zelfkennis en kan een reden zijn om daar iets mee te
doen.

A.L. Duscees