In februari ging onder
dezelfde kop mijn column over betrokkenheid van de overheid naar de burger toe,
deze maal dichter bij huis nl. over mijn eigen betrokkenheid.

Onder het motto: “verbeter de
wereld, begin bij jezelf” besloot ik enige tijd geleden gehoor te geven aan een
oproep me aan te melden als lid van de wijkraad. Uit mijn columns, zou je met
enige regelmaat kunnen afleiden, dat ik
‘betrokken zijn’ een groot goed vind. Evenwel is het zo, willen die woorden
inhoud krijgen, ik dit ook in mijn eigen situatie moet toepassen, dus mijn
gegevens ingevuld en doorgegeven aan het secretariaat van de raad.

Afgelopen week was er de
kennismaking bijeenkomst, bij binnenkomst stel je je aan elkaar voor en daarbij
was ook als nieuweling een buurman van mij, welke nog geen 20 meter bij mij
vandaan woont, de gezichten van elkaar waren bekend, maar de naam daarbij,
althans in mijn geval, was nieuw. Eigenlijk schrok ik daarvan, want hierdoor
werd ik geconfronteerd met mijn gemis aan betrokkenheid met mijn eigen naaste
omgeving. Dit is nu juist een punt waardoor in je wijk, buurt of zelfs alleen
in je eigen straat, het de leefbaarheid ten goede komt. Een en ander bleek geen
op zichzelf staand feit te zijn, want er had nog iemand gereageerd op de
oproep, die ook in mijn (kleine) straat woont, zijn naam werd genoemd maar ook
die zei me niets. Hieruit wordt voor mij duidelijk dat er toch wel het een en
ander schort aan mijn betrokkenheid en ik het idee dat leefbaarheid alleen te
maken zou hebben met veel groen, goede parkeervoorzieningen en goede
verlichting, etc. bijgesteld moet worden naar, zeker ook betrokkenheid bij
elkaar. De nieuwe samenstelling van de wijkraad heeft, wat mij betreft, hiermee
al een eerste succesje geboekt, nl. het inzicht dat niet alleen het materiële,
maar ook het persoonlijke contact belangrijk is om je thuis te voelen in je
woonomgeving. Dit inzicht moet misschien maar eens als eerste agendapunt van de
raad, met alle wijkbewoners worden gedeeld en bevorderd.

A.L. Duscees